maandag 26 november 2012

Voor de kerst of voor het leven?




"Voor de kerst of voor het leven?" Ik kan het niet helpen, ik kijk met lichte verbijstering naar mijn telefoon. Ik belde naar aanleiding van een advertentie op marktplaats getiteld 'kalkoenen'. Het gepronk van meneer kalkoen begon zo langzamerhand wat pathetisch te worden, en dus vond ik het tijd om hem te verblijden met een hennetje. Er naïef niet bij stilstaand, dat als je half november belt over een kalkoen, het betreffende pluimvee voor andere doeleinden beschouwd wordt, dan alleen voor de ren. "Nee!", zei ik vlug, "voor het leven". Voordat ik haar in een plastic tasje zou meekrijgen in plaats van een doos met luchtgaten.

En zo toog ik, met de nog steeds niet onthooide wagen, naar Zeeland, inderdaad, het dorpje, hier drie landweggetjes verderop. In het achterhuis van de boerderij wemelde het van de kalkoenen. Op de balken, tussen de machinerie en oh ja, ook nog een aantal in het als hok afgescheiden gedeelte. Of ik een voorkeur had voor een kleur? Indachtig het lot van haar voorgangsters voor wie wildbroeden, spierwit zijnde, vostechnisch een wat minder handige zet was, zei ik, 'doe maar bruin'. Een greep in de menigte, wat verontwaardigd gespartel, en zo reed ik met een rumoerige doos achter in de auto terug naar ons erf.

Ik weet niet of er ook een soort 'Boer zoekt vrouw' voor boerderijdieren is, maar anders zou meneer Kalkoen waarschijnlijk wel een aardige kandidaat zijn. Van schrik, 'oh jee een hen, wat nu'  heeft hij drie nachten op het dak van het kippenhok geslapen.

Het hele concept 's nachts in het hok heeft voor de nieuwbakken leden van het pluimveebestand sowieso nog al wat voeten in de aarde. Ik sluit mijn kippen, kalkoenen en parelhoen 's nachts op, omdat het vossenbestand in de directe omgeving behoorlijk op peil is en het echt niet grappig is om 's ochtends in de ren te komen als meneer de vos op visite is geweest. Een kipocide van jewelste. Biodiversiteit is leuk, maar het moet wel van mijn kippen afblijven.

Maar goed leg dat een kip maar eens uit. Als ze er een tijdje zijn, hebben ze het principe op een gegeven moment wel door. maar tot die tijd tref ik mezelf nog wel eens  in de schemering aan, speurend met een zaklamp op zoek naar een eigenwijze donsbal, die besloten heeft de nacht onder de sterrenhemel door te brengen. Dan is zo'n erf best groot, laat staan de boomgaard. Een kip of kalkoen laat zich ook niet zomaar vangen. En waarom ze dan toch steeds in de brandnetels of rozenstruik moeten gaan zitten?

Het zit me dan echt niet lekker als ik ze niet kan vinden . De opluchting de volgende ochtend, met een complete goegemeente die zich meldt voor de dagelijkse portie strooigraan, is dan best groot.

Ik heb marktplaatskippen, ik haal nogal veel van marktplaats, zo ook kippen. Ik hoef dan ook echt geen dure merkkip. Zoekend naar soep- of slachtkip kom ik dan weer eens met een doos of krat zielige dames thuis, die dan bij ons, roofvogel en vos dienende, in alle vrijheid nog een aantal jaren kunnen rondscharrelen totdat ze vanzelf omvallen. Ach ja weekhartig. Daarom heb ik inmiddels dan ook zes hanen....











donderdag 15 november 2012

Alkoeholisch

Het beestje moet een naam hebben, dat geldt evengoed voor koeien. Nu ben ik selectief wel van de tradities, maar van namen als Clara nummer zus of zoveel word ik bepaald niet warm, naast het simpele feit dat ik slechts twee koeien heb, en dan met nummering gaan werken heeft toch een beetje de schijn van grootheidswaanzin.
Elke koe in Nederland draagt oorbellen met daarop een nummer, niet dat ze daar zelf enige invloed op heeft, maar oornummers zijn nu eenmaal verplicht vanuit de Europese wetgeving. Om heel eerlijk te zijn, het maakt er de boel niet fraaier op. In de veewereld zijn sommige meer gelijk dan andere, en daarom hebben paarden geen oornummers, maar zijn ze gechipt. De objectieve logica hiervan, heb ik, om heel eerlijk te zijn, nog niet gevonden.
Ook mijn meisjes hebben allebei zo'n nummer in hun oren. Maar dyscalculisch als ik ben, ben ik dus niet zo van de nummers, en moest er een stel passende namen gevonden worden. Een uitdaging op zich.
De eerlijkheid gebiedt dat wij de het licht zagen op de drankenlijst van een menukaart na een copieus diner in de Belgische Ardennen. Kriek, want we telen kersen, en Kalfádos, nee niet vanwege appels, dan schrijf je het trouwens ook anders, maar om dat ze de helft is van een tweeling. Enfin de namen passen mooi in combinatie met een kat die, als het zo uit komt, luistert naar de naam Ouzo.


Zegengeld



Op een gegeven moment kom je er achter dat jouw dagelijkse realiteit, misschien niet helemaal één op één parallel loopt met die van je vriendinnen. Om maar een zeer willekeurige dwarsstraat te noemen. Ik heb koeien en de meeste mensen in de Nederlandse woonwijken hebben die nu eenmaal niet. De gemiddelde doorsneestraatbewoner krijgt al een rolberoerte bij het zien van een torenhaan, laat staan dat er twee van die wandelende zuivelproducenten het gemanicuurde gazonnetje in de achtertuin staan bij te werken.

De avonturen van mijn illustere tweetal heb ik de afgelopen tijd al uitvoerig de revue laten passeren, maar misschien is het wel eens goed om maar eens bij het begin te beginnen. Hoe komt een meisje in vredesnaam aan twee koeien?

Nou gewoon, die heb ik voor mijn verjaardag gekregen. Nu ben ik ook iemand die een shetlandpony op haar trouwdag kreeg, dus in die zin hoefde ik niet echt vreemd op te kijken, maar manlief had qua verjaardagscadeaukeuze deze keer de orginaliteitsprijs meer dan verdiend.

Natuurlijk had ik op allerlei al dan niet slinkse manieren geprobeerd hem te ontfrutselen wat hij voor me in petto had, ik ben namelijk volstrekt niet nieuwsgierig, maar hij deed er het weloverwogen zwijgen toe en toen we het boerenerf opdraaiden had ik nog geen enkel vermoeden wat mijn verjaarscadeau zou zijn.

Laat staan dat we op kraamvisite gingen in de koeienstal
Onzeker op de hoeven, gefixeerd op mijn vingers, wie smelt er nu niet bij de aanblik van een paar dagen oud kalfje, zeker als je zo weekhartig bent ingesteld als ik.
De meisjes mochten echter nog niet mee, naast het feit dat het vervoeren van twee kalveren in een personenwagen in dit deel van de wereld een hachelijke onderneming is, was het voor dit tweetal beter  om nog een paar weken op de geboorteboerderij te blijven totdat ze niet meer afhankelijk waren van de melkemmer.

Die emmer zet je trouwens toch wel aan het denken, hoe vaak ik de vraag niet heb gekregen, oh je hebt dus koeien, maar moet je die dan niet elke dag melken? Diepe zucht,een wedervraag, wanneer heeft een vrouw melk? Juist, als ze een kind heeft gekregen, een koe dus ook.

De Nederlandse koe geeft vele kilo's melk, melk reken je in kilo's en niet in liters. Heeft iets met eiwit te maken. Maar die melk komt niet echt terecht waar het oorspronkelijk voor bedoeld is, bij dat koddige, onzeker op de hoefjes staande beestje in zijn iglo. Is er niet wat voor te zeggen om die kalfjes gewoon bij hun moeder te laten drinken? Goed bedrijfsvoeringstechnisch is dat waarschijnlijk een aardige uitdaging, maar op de totale melkgift zou het toch niet zo veel hoeven uitmaken? Maar dit terzijde

Een mailtje, de dames zijn klaar de 'weide' wereld in te gaan. De auto met veewagen draaide ons erf op. Van elk van de meiden een geboortebewijs, en een euro zegengeld, voor het geluk. Het muntstuk heb ik vastgeplakt op het documentje.


En zo heb ik dus koeien, inmiddels niet meer koddig, maar zeer solide, met onbescheiden horens en een dito willetje.

Soms zegt manlief met een dromerige blik op de wei:' kijk...daar loopt een mooie biefstuk'... ik protesteer luidkeels, 'geen denken aan!' 'Als je gewild had dat ik mijn verjaardagscadeau op zou eten, dan had je me taart moeten geven'. In algemene dienst als weidestoffering en gazononderhoudsdienst dus.

Ik aanvaard echter wel de consequentie, ik ben geen vegetariër, maar als ik mijn eigen dieren niet naar de slacht breng, wie ben ik, als ik dan wel een kiloknaller koop? En dus koop ik biologisch.





maandag 12 november 2012

U zult Boeren!


Zelf ben ik niet opgegroeid op een boerderij. Ik ben een meisje uit de straat, rijtjeshuis, postzegeltuin voor, postzegeltuin achter. De wereld overzichtelijk op een paar vierkante meter.
De jaren tachtig wijk lag tot mijn grote geluk wel aan de rand van het landelijk gebied, dus er was voldoende ruimte om in sloten te vallen, modder in huis te importeren en min of meer ondergrondse hutten tot stand te brengen. Mijn ervaring met het landleven was de afstand die het prikkeldraad tot de wei schept. Koeien als grasdecoratie, en het gebrom van een trekker in de verte.
Jaren en studies later werkte ik op het toenmalige ministerie van Landbouw en trof daar een leuke (voormalig) boerenzoon met wie ik op een goede dag ging samenwonen in het Brabantse land, anti-kraak.

Als je iets doet, moet je het goed doen en dus woonden wij  in onze ‘anti-kraak’ samenwoonperiode in een boerderij op een landelijk gelegen landgoed hier in de omgeving.
Duidelijk moge zijn dat pittoresk niet één op één samen gaat met comfortabel. Maar goed je bent jong, en je maalt er niet zo om. Het detail dat wij boven geen elektriciteit hadden, en de verwarming van het huis zich beperkte tot de houtkachel in de woonkamer mocht de pret niet drukken.

Wanneer we in de winter een paar dagen niet thuis waren geweest en we bij thuiskomst bijkans vastvroren aan de bank gebruikten we een oorverdovend gasfles-gestookt warmtekanon om het interieur te ontdooien. Logees werden voorzien van kruik in het logeerbed en het duurde even voordat mijn vader zich realiseerde dat de leuke lichtjes die hij door het plafond heen zag inderdaad de sterren waren. Als het vroor stonden de bloemen op de ruiten en wees de thermometer binnen min één aan. We proefden aan de ruimte en de vrijheid en waren verkocht. Voor ons alleen nog het buitenleven. En dus werd Funda afgespeurd en zagen wij diverse renovatieprojecten van heel dichtbij.

En dan op een dag wordt je bod geaccepteerd. Een gevoel van euforie en 'oh help'.
Bij het voorlopig koopcontract zat een brief van de gemeente, waarvan de strekking samengevat luidde: deze boerderij heeft een agrarische bestemming, dus u mag hier niet wonen tenzij u boer bent. Wij waren geen boer. Wat dan? Ons financieel voorbehoud liep af. Dan wordt je dus boerin. zei mijn wederhelft grijnzend.

De grote vraag is dan, maar wat gaan we doen? Met leuk wat schaapjes voor de gezelligheid kom je er in overheidsland niet. Om te voldoen aan de eis van de agrarisch bestemming moet je een volwaardig agrarisch bedrijf hebben, en dien je dus te voldoen aan de zogenoemde 'volwaardigheidstoets', kort en goed, je moet er een serieuze boterham mee kunnen verdienen.

Met onze ruim drie hectaren strak tegen de ecologische hoofdstructuur aan, is de keuze bepaald niet reuze. In eerste instantie dachten we nog aan zoogkoeien, maar het aantal koeien dat je nodig hebt om een volwaardig bedrijf te hebben was op onze drie hectaren, was zo dicht op de natuur nu niet bepaald duurzaam.

Googelerwijs kwamen we bij een combinatie van kersen en koeien, maar na enig rekenwerk was onze conclusie: vergeet de koeien we gaan voor kersen. En zo stortten we ons in ons nieuwe avontuur en mag ik mijzelf dus boerin noemen.





Ponypedicure

Het was weer tijd voor de pedicure van de weidestoffering, zoals ik de dames pony wel eens gekscherend noem. Yvetje het Shetje, ons trouwcadeau van de collega's vier jaar geleden, en Conny-de-Ponny van de buren die gezusterlijk het weiland tussen de buren en onze boerderij bewonen. De dames hebben een uitgebreide dagbesteding die bestaat uit grazen, grazen en oh ja nog een beetje grazen.
Het liefst verzetten ze geen hoef meer dan strikt noodzakelijk, behalve op de momenten dat een acute zucht tot avontuur de kop op steekt en de buurman ze weer eens uit het aangerenzende bos kan vissen. Het opmerkelijkste is, dat de dames onder de draad door kruipen. Nu kan ik me dat, gezien de grootte van Yvet nog enigzins voorstellen, maar voor wat betreft Conny vraag ik me af waarom ze niet gewoon een aanloopje neemt.
Ik vind het op een bepaalde manier wel prettig dat het niet altijd mijn koeien zijn die besluiten tot een buurtwandeling om vervolgens in de maiskuil, helaas voor hen leeg, van een van de andere buren te belanden. Dus natuurlijk helpen we blijmoedig mee om de onevenhoevigen weer op de juiste plek terug te brengen. Waarna onder het genot van een pijpje bier de mogelijkheden tot het vermarkten van ,in dit geval, een frikandel van paard worden doorgenomen.
Maar omdat de dames dus bijvoorkeur niet al te vaak op de harde komen, worden de nageltjes niet door moeder natuur gevijld. En dus moet de ponypedicure er aan te pas komen. Voor alle duidelijkheid, ik heb het hier dus over de hoefsmid.
Yvet en Conny zijn niet bijvoorbaat overtuigd van de nut en noodzaak van de onderhoudsbeurt. Gelukkig is een pony bij uitstek opportunistisch en laten ze zich met een gepaste dosis paardenbrokjes wel verleiden. Al wordt de uitdaging er bepaald niet minder op. Conny heeft het zakkenrollen tot kunst verheven en is niet gezegend met de deugd van bescheidenheid.

maandag 29 oktober 2012

Wintertijd

Je wint-er-tijd mee, ik moet zeggen, hij is goed gevonden. Maar toen ik van het weekend een blik op de thermometer wierp dacht ik toch: "moet het nou echt zo letterlijk?' Min 5, dat is toch echt niet grappig meer. En ineens is het gedaan met de herfstige bloemenpracht, de dahlia's hangen er lichtverwijtend triestig bij. Het blad zwart gekleurd door de kou. Ik besluit ze maar als de wiedeweerga uit de grond te halen, anders blijft er niks van over. En volgend jaar zijn ze toch ook wel leuk. Lerende van eerdere winters besluit ik ze niet in het achterhuis op te bergen. Daar vriest het met een beetje winter namelijk ook. Ik heb al iets te vaak een waterleiding moeten föhnen, nee ik lieg, manlief heeft al iets te vaak de waterleiding moeten föhnen om er van uit te kunnen gaan dat ik daar iets vorstvrij de winter door kan loodsen. Kortom de dahlia's moeten naar boven. Dat resulteert, praktisch als ik ben, weer in een zanderig spoor door het hele huis. Enfin de stofzuiger is geduldig. De grond krijg ik echter niet meer onder mijn nagels uit, dus donkerrode nagellak fungeert later op de dag prima als camouflage middel.
De vorst levert trouwens wel mooie plaatjes op. Het water heeft nog best een aardige temperatuur, waardoor de damp erboven een schitterend beeld geeft in de opkomende zon. Ik grossier inmiddels in feeërieke vijverplaatjes. En kan het telkens niet laten de verzameling weer wat te vergroten.







Strooiwagen


Schatje… Ja? Aan de toon hoor ik dat manlief even iets minder blij met ondergetekende is. En ik voel natuurlijk al op mijn klompen, vandaag in de vorm van bordeaux lederen laarzen overigens,  aan waar het om gaat. Ik heb koeien, en koeien moeten eten. En aangezien wij niet echt beschikken over al te uitgestrekte landerijen, zijn er momenten in het jaar dat ik moet bijvoederen, en dat voer dat koop je nu eenmaal niet bij de supermarkt. Tenzij je een fortuin wil besteden aan microscopisch kleine absurd geprijsde pakjes hooi die met name bedoeld zijn voor cavia’s en langoren en hun toch wat naïeve baasjes, maar dat terzijde
Hooi en stro koop je bij een boer, of bij een boerderijwinkel, en meestal raak ik bij het laatste verzeild en daar haal ik dan ook in één moeite door de koeienbrok, het scharrelgraan en de kippenkorrel. Het moge duidelijk zijn dat die laatste twee keer twintig kilo niet voor de dames maar voor het pluimvee zijn bedoeld. Ik haal daar ook mijn hooi.
Ik ben van het pragmatische soort, dus ik kies mijn auto’s vooral op hooi-laadvermogen, en dus rijd ik meestal in nogal grote exemplaren. De huidige is niet alleen grijs, maar heeft ook een grijskenteken en tja dan past er heel wat in. Dus ook hooi, makkelijk vier pakjes. Van die kleine dan he, ik heb (helaas) geen groot rijbewijs. Waar ik dan even geen rekening mee hou, is dat de auto weliswaar een grijskenteken heeft, maar feitelijk gewoon een omgebouwde personen wagen is. Dat wil dus zeggen dat vloer en plafond noch in theorie, nog in praktijk glad afneembaar zijn. Alles blijft er in hangen. Dus ook hooi, bij stro heb je overigens het zelfde effect.
En dus als mijn liefhebbende wederhelft in zijn nette pak naar de zaak wil rijden, dan kan het zo voorkomen dat de auto, om het maar zo te zeggen, nogal hooïg is. Dan heeft ie nog geluk dat ik de auto heb uitgeladen want anders zit je in een rijdende hooiberg zonder functionerende achteruitkijkspiegel. Ruikt wel heel landelijk trouwens.
Vandaag is de auto weer aardig ‘hooïg’, ik probeer nog even leuk te doen, ‘tja schat , we hebben nu  een heuse strooiwagen’. Maar hij lijkt nu echt niet zo blij. Omdat je het ijzer moet smeden als het heet is probeer ik: ‘zal ik anders honderd pakjes hooi bestellen? Het idee valt in vruchtbare aarde en dus pak ik de telefoon.
Een paar maanden eerder hadden we voor het stro al een vergelijkbare manoeuvre uitgehaald. Achter onze grond werd de akker bewerkt door de Stofvreters. De Strofvreters zijn een vereniging die werkt met oude landbouwwerktuigen. Ze hebben schitterende oude tractoren en zijn een graag geziene gast bij evenementen in onze omgeving. Daarnaast werken ze ook daadwerkelijk met deze oude werktuigen, en verbouwen dan op traditionele manier minder vaak voorkomende, lees geen mais, granen.
Bij ons achter verbouwden ze onder andere rogge en spelt en toen de oogsttijd was aangebroken hadden ze dus ook roggestro in de aanbieding. Wij kochten honderd pakjes voor de meisjes. We kochten het stro af-land, dat betekent dus dat je het zelf moet halen. Het was een paar keer heen en weer rijden, en ik heb weer geleerd waarom je lange mouwen, hoge hals en lange broekspijpen moet hebben als je stro, of hooi gaat laden. Anders vind je nog de hele dag overal strootjes terug, en ik kan je vertellen dat jeukt! Verder is onze aanhanger niet heel erg groot, en ook niet zo hoog. Dat vergde dus een sessie creatief stapelen. Maar met een beetje goede wil gaat er heel wat op zo’n wagen. Aan mij de schone taak om te zorgen dat we onderweg niet al te veel verliezen, gelukkig is het niet al te ver rijden, want er zijn comfortabelere reisposities denkbaar dan boven op een schuddende aanhangwagen vol strobalen.
Nu was het dus de beurt aan het hooi, en dat werd gelukkig wel thuis afgeleverd, in de stromende regen, de koffie achteraf viel dan ook in goede aarde. Ik had er wel even aan moeten denken dat ik geen gebreide trui had aangetrokken. Ik zoek dus nog steeds een manier voor het onthooien van mijn trui. Iemand tips?
De dames zijn zielstevreden en manlief idem. De strooiwagen moet nog even onthooit en ontstroot worden, maar dat is van later zorg. De schuur is gevuld, en dat is, met oog op de naderende winter wel een fijn idee!

zondag 28 oktober 2012

Haarbal op vrijersvoeten

' Ping' zegt de mobiel van manlief. 'voor vijftig euro vertel ik waar jullie hond is. Een sms van mijn zwager die op een kleine 500 meter afstand woont. Wel..(vul hier wat onvervalste Brabantse scheldwoorden in) is die haarbal recht naar mijn schoonbroer en schoonzus, of misschien beter gezegd, naar dat leuke rottweiler teefje van hen gewandeld.  Diepe zucht. Had al een kwartier in de gure oktober kou staan fluiten en roepen naar de viervoeter. Die terwijl wij druk waren het voerrek van de koeien te herpositioneren, zich zelf maar had besloten uit te laten.

Dat voerrek was een urgent karweitje, om te voorkomen dat ik mezelf weer zou aantreffen, rond rijdend door de Maashorst, opzoek naar zwart-wit gevlekt gespuis. Je vraagt je soms af hoe ze het voor elkaar krijgen, maar als de dames gezusterlijk in het voerrek gaan hangen, om dan net bij dat ene lekkere plukje hooi, dat om duistere redenen altijd veel interessanter is dan het binnen snuitbereik liggende spul, dan is het bepaald geen vedergewicht dat het rek moet doorstaan. Koeien zijn nu eenmaal tamelijk lomp, en om twee keer achthonderd kilo onverzettelijkheid te weerstaan, moet je wel van solide kwaliteit zijn.

Helaas hadden we geen ogen in ons achterhoofd en dus kon de haarbal er ongemerkt van tussen gaan. En tot het verlossende 'ping' hadden we al een gevoelsmatige eeuwigheid in die oktoberkou staan fluiten en roepen.
Die verrekte...Enfin dan maar de hond halen en gezellig een biertje slechten in een moeite door!

Maishorst

Toegegeven, die term komt niet van mezelf, dat neemt niet weg dat ik hem tamelijk briljant gevonden vindt. De credits komen toe aan de beleidsambtenaren op het provinciehuis van Den Bosch, en heeft betrekking op een deel van dit mooie natuurgebied de Maashorst wat in hoogdravende beleidstermen ook wel de natuurkern wordt genoemd. Althans dat zal het moeten worden, en is misschien in deze tijd van bezuinigingen op ecologische hoofstructuren en andere luxere overheidsplannen (zonder hier overigens direct een oordeel aan te koppelen) af en toe misschien meer hoopvol dan toepasselijk.

Want, zoals het woord al puntig benadrukt, er groeit vooral mais. Nu zou je mais aan de gemiddelde stedeling misschien ook als natuur kunnen verkopen, maar feitelijk eindigt de schoonheid van mais bij de wijdte van het uitzicht vanaf je fiets op je tocht door het landelijk gebied. Een meter links van de weg, één meter rechts van de weg. Waar je vanaf de snelweg vooral geluidswal ziet, zie je hier in de zomer vooral muren van mais.

Je weet dat de zomer aan zijn einde is gekomen als de maisoogst begint. Ineens is het landschap weer in beeld en rijdt er op werkelijk elk landweggetje een trekker met oplegger voor je. En er zijn trekkers en trekkers. Wij hebben een schattige fruitteelt John Deere, maar een loonwerker John Deere is wel even wat ander verhaal. Het lijkt wel of de landweggetjes elk jaar smaller worden, of de trekkers groter. Dat laatste lijkt me wat meer plausibel dan het eerste.

De op landweggetjes niet zo ervaren automobilist, laten we zeggen de gemiddelde stedeling, heeft dan iets van een konijn dat in de koplampen kijkt als een maisoogstspan hem tegemoet komt. Echt benauwd wordt het als zowel achter de onfortuinlijke stadscoureur als voor en om het gezellig te maken ook tegemoet de bedrijvige tractoren opdoemen waarbij kekke stadsautootje gesandwiched dreigt te worden tussen Newholland blauw en John Deere groen.

De maisoogst is een serieuze zaak, en het is spitsuur voor de loonwerkers. Er wordt af en aan gereden en voor het bedwingen van de smalle landwegen heb je zolangzamerhand, want glibberig door modder en gehakselde mais, een terreinwagen nodig. Je weet wel zo'n pc-hooft-trekker, zeer geliefd bij Groenlinks en consorten, maar hier toch zeker geen overbodige luxe.

Dan ineens is het uitzicht weer terug, en als je kijkt over de gestoppelde velden zie je de bosrand kleuren. De herfst is begonnen, de kuilen zijn gevuld voor de winter en de rust keert weer in het landschap.

zaterdag 27 oktober 2012

Pompompoen

...Blijkbaar ben ik best gevoelig voor de wisseling van de seizoenen. De blaadjes zijn nog niet van kleur verschoten, of ik krijg al trek. Voor de rest heb ik geen obsessie voor eten of zo. Maar nu de herfst op de deur klopt, of liever gezegd al in vol ornaat met modderige laarzen de deur is binnen gestiefeld, haal ik mijn neus op voor frivole salades en heb ik zin in steviger kost.
Het helpt natuurlijk wel dat ik op mijn dagelijkse tocht over de Brabantse landweggetjes bijna letterlijk struikel over de bordjes 'te koop pompoenen!' overigens stuk voor stuk voorbeelden van brocante volkskunst, die bordjes. Mijn trek is oranje geinspireerd en zo kom ik thuis met een paar solide kilo's dikke oranje joekels. Maar ja en toen. Ik ben bepaald niet pompoenervaren in de keuken. En dus beschik ik niet over een ruim arsenaal aan lekkere recepten in mijn achterhoofd.
Om heel eerlijk te zijn associeer ik de oranje pracht met wee en klef en sinds een wat minder succesvolle dessert ervaring in Turkije ook met mierzoet. Kortom niet echt mijn ding. En dan toch trek hebben in pompoen. Het kan verkeren.
Nou kan je pompoenen uitstekend een hele periode decoratief bij de achterdeur laten liggen, uiteindelijk vallen ze dan van ellende uit elkaar, zeker als het gaat vriezen en vervolgens dooien. En met een beetje pech, of geluk, tis maar hoe je het bekijkt, heb je dan zeer decoratief en offensief onkruid tussen je stoepstenen.
Edoch in deze tijd van duurzaamheid, 'carbon footprint' en het tegengaan van voedselverspilling moet ik er toch aangeloven. En origineel als ik ben, heb ik voor soep gekozen. Nadat manlief ontgoocheld vaststelde dat de pan toch echt tot en met de bodem leeg was en ik zelden zo'n prima soepje had genuttigd, moet ik dan toch wel vaststellen dat het toch wel goed gaat komen tussen mij en de pompoen. Het enige jammere is, dat ik er achteraf achterkwam dat je een hokkaidopompoen niet hoeft te schillen.
Goed, pompoensoep dus. En dan kan ik natuurlijk niet volstaan met de mededeling dat die meer dan best te hebben kan zijn, en dus bij deze het recept. Ik ben enigzins van het zo'n beetje, opgevoel en we doen maar wat koken, dus verwacht geen wiskundigverantwoorde hoeveelheid aanduidingen.
Ok, om te beginnen, hokkaido pompoenen, als je die hebt, hoef je niet te schillen, dat scheelt alvast één k-klus.

Neem zoveel pompoen dat je schoongemaakt ongeveer een pond aan blokjes pompoen overhoudt. Doe in een grote soeppan een flinke scheut olijolie en fruit daarin één gesnipperde ui en twee tenen knoflook in stukjes tot de ui glazig is. Voeg de blokjes pompoen toe en bak ze even mee. Doe er dan twee theelepels kerrie poeder bij een één theelepel komijnpoede. Vervolgens voeg je een litertje groentebouillon toe. Laat het ongeveer een kwartiertje koken, de pompoen is dan zacht, en pureer het met de staafmixer. Doe er ongeveer  125 ml room door. Breng op smaak met zout en ongeveer een kwart theelepel cayennepeper, als je durft!
Het soepje vult behoorlijk trouwens, dus je kan hem prima als een maaltijdsoep inzetten!

vrijdag 26 oktober 2012

Erftijd


Tja, ik doe manmoedige pogingen, de beestenboel op, ons erf in goede banen te leiden. Zijn het niet ontsnapte  koeien, dan is het wel een hond die de kuierlatten neemt, en die zijn naam Nimby ( Not In My Back Yard) wat al te letterlijk neemt en er voor zorgt dat ik al rondjes rijdend de Maashorst voor de zoveelste keer verken, om hem vervolgens in het asiel in Uden te kunnen ophalen. Tja een overijverige burger op toeristenpad op bezoek in ons mooie natuurgebied, dacht 'och die arme hond, die is verdwaald' En wat had ik nu gezegd over niet bij vreemde mannen in de auto stappen? En dus was ik weer een kleine 50 euro lichter, de haarbal was nog geen honderd meter van huis af.geweest.

De kippen zien de ren als louter een suggestie en zorgen ervoor dat het niet alleen met pasen eieren zoeken is. Ik kom ze op de gekste plekken tegen, en het heeft ook al eens geresulteerd in een donzig toom kuikens waarmee een hen pronkend onder de heg vandaan kwam. 

Heer en meester van ons erf is meneer kalkoen, althans dat vind hij zelf, maar het is vooral veel veren en weinig bravoure. Hij doet toch niks? vraagt bezoek bedeesd. Nee hij doet niks, tenminste zolang je niet doelt op het kiezen van het kalkoense hazenpad. Want daar is deze heer meester in.  

Wat is het toch dat dierenvrienden bij het zien van deze foto spontaan associaties krijgen met het kerstdiner? Okee ik zie een vreedzame co-existentie, tussen jager en potentiële prooien. Dat is waarschijnlijk wel enigzins in lijn met de kerst gedacht. Vrede op het erf om het maar zo te zeggen.

Toch denk ik zo dat de realiteit minder dromerig en idealistisch is, en meer te maken heeft met een geraffineerde combinatie van harige weldoorvoedheid, en een heerlijk herfstzonnetje, en donzig opportunisme.
Zolang er niemand gaat rennen, gaat het goed. En dus dan toch maar dit idyllisch plaatje, als je door je oogharen kijkt en je to-do-lijst even laat voor wat ie is! 

Ren, erf, of tuin?

donderdag 21 juni 2012

Je hebt al een tijdje geen blogje geschreven…


Heb je dat ook wel eens? Zo'n jeukend argwaan dat zomaar ineens de kop opsteekt ? Het eind van een lange werkdag, mijn telefoon laat zich horen. Je hebt al een tijdje geen blogje meer geschreven, meldt Lief nèt iets monter. Om uitermate blij te vervolgen met: wacht, ik stuur je wel even een fotootje. En zo maar ineens zit je niet zo rustig meer achter je bureau. Ik heb nog geen foto gezien, maar voel aan mijn water dat zo'n aankondiging geladen is met iets minder prettige verrassingen die meestal een niet al te braaf erfdier in de hoofdrol hebben.
Pling, meldt de foto zich.
Zucht!
Ik bel lief, licht verontrust, ik ken het koeienspul. Soms luistert het, soms ook niet. Is het verstandig als ik NU jouw kant op kom? Ik heb een kwartiertje nodig, en een koe creëert in minder tijd een volstrekte ravage.
Nee doe maar rustig, ze staan al weer op stal. Maar… je tuin heeft misschien hier en daar wel wat restauratie nodig. Je zou dat een understatement kunnen noemen.
De dames hebben zich zichtbaar vermaakt, en hebben in hun elegantie voor genoeg potscherven gezorgd om een toekomstige amateur archeoloog tot grote extase te brengen. Het is me volkomen duidelijk dat koeien meer dan alleen gras lusten. De valeriaan steekt mistroostig met een paar stengels uit de grond. Als de dames straks uitermate rustig zijn, is mij heel duidelijk waar dat door komt. Citroenmelisse behoort duidelijk niet tot de grote favorieten.
Vergenoegd liggen de dames herkauwend in het stro. Het was een avontuurlijke dag.
De hond kruipt onder de bank vandaan, we vroegen ons al af waar hij was, de held.

 


 


 


 


 



maandag 13 februari 2012

Vorst


Je hebt altijd van die zwijmelaars die dromerig melden, dat je de wisselingen van de seizoenen op het platteland zoveel meer merkt dan in de stad.
'Tja' dacht ik toen ik de douchekraan opendraaide; dat klopt.
Er gebeurde niks.
De kraan van de wastafel dan…
niks…
hmmm…
De thermometer, die ik bij het voeren van de koeien al een blik waardig had gekeurd, meldde monter: min zestien. Je hoeft geen genie te zijn om dan de juiste diagnose te stellen:
Bevroren.
Ach, ja we hadden dit seizoen de waterleiding nog niet geföhnd dus het werd, het is immers al februari, wel weer eens tijd.
Op mijn allerliefste toon….Schat??? De waterleiding is bevroren….
Lief, niet te lui, hijst zich in warme kleding en klimt gewapend met föhn en zaklamp op de hooi(loze) zolder, ik speel lieftallige assistent bij de kranen. Hé… de föhn van vorig jaar…klinkt het boven mijn hoofd…hmmm…zo vaak komen wij er dus…en daar was dus mijn föhn gebleven!
Het hele erf is van de leg door het winterse weer, behalve de kippen dan, want die grijpen het lengen der dagen aan om weer volop eieren te produceren. Ik, op mijn beurt, moet niet te lang wachten met het uithalen, want ja, ook eieren kunnen bevriezen! De eenden hebben hun domicilie in de koeienstal genomen, en kwaken verontwaardigd als je het waagt hun kant op te lopen. De vijver is strak bevroren en lonkt met ijspret over een paar dagen, als de vloer sterk genoeg is. Een wat minder fortuinlijke eend, duurzaam verenigd met het ijs, losgebikt, ontdooit nu tijdelijk in de bijkeuken. Algemeen herstelresort vooronfortuinlijk (pluim)vee.
De koeien staren gebiologeerd naar het ijs: zullen we wel, zullen we niet. Om te voorkomen dat deze uit de kluiten gewassen kalveren straks hun danskunsten op het ijs zullen vertonen, zetten we toch maar een draadje. Met het oog op naderende ijspret sla ik geen wak. Maar dat betekent werk aan de winkel. Het water komt niet vanzelf in de waterbak, dus a-sportief als ik ben kom ik dezer dagen wel aan de broodnodige beweging toe.
Het ijs is in enkele dagen dik genoeg, een telefoontje naar de buurtvereniging: 'dit weekend is het schaatsen op de vijver!', resulteert fluks in een heuse veegploeg, inclusief een huis-tuin-en-keukenzamboni! Het pilsje bij het kampvuur, smaakt na gedane arbeid goed.
IJsbaan Bus is één grote gezelligheid. Een pan glühwein boven het vuur, warme chocolade melk, 100 broodjes bokworst en achtentachtig nummers Duitse après-ski muziek op de Ipad vervolmaken de pret. We zegenen het af met een Jägermeister aan de keukentafel.
De volgende ochtend spierpijn, maar wat was het mooi!
De dooi valt in, de schaatskoorts bedaard.
NU mag de lente wèl beginnen!