maandag 29 oktober 2012

Wintertijd

Je wint-er-tijd mee, ik moet zeggen, hij is goed gevonden. Maar toen ik van het weekend een blik op de thermometer wierp dacht ik toch: "moet het nou echt zo letterlijk?' Min 5, dat is toch echt niet grappig meer. En ineens is het gedaan met de herfstige bloemenpracht, de dahlia's hangen er lichtverwijtend triestig bij. Het blad zwart gekleurd door de kou. Ik besluit ze maar als de wiedeweerga uit de grond te halen, anders blijft er niks van over. En volgend jaar zijn ze toch ook wel leuk. Lerende van eerdere winters besluit ik ze niet in het achterhuis op te bergen. Daar vriest het met een beetje winter namelijk ook. Ik heb al iets te vaak een waterleiding moeten föhnen, nee ik lieg, manlief heeft al iets te vaak de waterleiding moeten föhnen om er van uit te kunnen gaan dat ik daar iets vorstvrij de winter door kan loodsen. Kortom de dahlia's moeten naar boven. Dat resulteert, praktisch als ik ben, weer in een zanderig spoor door het hele huis. Enfin de stofzuiger is geduldig. De grond krijg ik echter niet meer onder mijn nagels uit, dus donkerrode nagellak fungeert later op de dag prima als camouflage middel.
De vorst levert trouwens wel mooie plaatjes op. Het water heeft nog best een aardige temperatuur, waardoor de damp erboven een schitterend beeld geeft in de opkomende zon. Ik grossier inmiddels in feeërieke vijverplaatjes. En kan het telkens niet laten de verzameling weer wat te vergroten.







Strooiwagen


Schatje… Ja? Aan de toon hoor ik dat manlief even iets minder blij met ondergetekende is. En ik voel natuurlijk al op mijn klompen, vandaag in de vorm van bordeaux lederen laarzen overigens,  aan waar het om gaat. Ik heb koeien, en koeien moeten eten. En aangezien wij niet echt beschikken over al te uitgestrekte landerijen, zijn er momenten in het jaar dat ik moet bijvoederen, en dat voer dat koop je nu eenmaal niet bij de supermarkt. Tenzij je een fortuin wil besteden aan microscopisch kleine absurd geprijsde pakjes hooi die met name bedoeld zijn voor cavia’s en langoren en hun toch wat naïeve baasjes, maar dat terzijde
Hooi en stro koop je bij een boer, of bij een boerderijwinkel, en meestal raak ik bij het laatste verzeild en daar haal ik dan ook in één moeite door de koeienbrok, het scharrelgraan en de kippenkorrel. Het moge duidelijk zijn dat die laatste twee keer twintig kilo niet voor de dames maar voor het pluimvee zijn bedoeld. Ik haal daar ook mijn hooi.
Ik ben van het pragmatische soort, dus ik kies mijn auto’s vooral op hooi-laadvermogen, en dus rijd ik meestal in nogal grote exemplaren. De huidige is niet alleen grijs, maar heeft ook een grijskenteken en tja dan past er heel wat in. Dus ook hooi, makkelijk vier pakjes. Van die kleine dan he, ik heb (helaas) geen groot rijbewijs. Waar ik dan even geen rekening mee hou, is dat de auto weliswaar een grijskenteken heeft, maar feitelijk gewoon een omgebouwde personen wagen is. Dat wil dus zeggen dat vloer en plafond noch in theorie, nog in praktijk glad afneembaar zijn. Alles blijft er in hangen. Dus ook hooi, bij stro heb je overigens het zelfde effect.
En dus als mijn liefhebbende wederhelft in zijn nette pak naar de zaak wil rijden, dan kan het zo voorkomen dat de auto, om het maar zo te zeggen, nogal hooïg is. Dan heeft ie nog geluk dat ik de auto heb uitgeladen want anders zit je in een rijdende hooiberg zonder functionerende achteruitkijkspiegel. Ruikt wel heel landelijk trouwens.
Vandaag is de auto weer aardig ‘hooïg’, ik probeer nog even leuk te doen, ‘tja schat , we hebben nu  een heuse strooiwagen’. Maar hij lijkt nu echt niet zo blij. Omdat je het ijzer moet smeden als het heet is probeer ik: ‘zal ik anders honderd pakjes hooi bestellen? Het idee valt in vruchtbare aarde en dus pak ik de telefoon.
Een paar maanden eerder hadden we voor het stro al een vergelijkbare manoeuvre uitgehaald. Achter onze grond werd de akker bewerkt door de Stofvreters. De Strofvreters zijn een vereniging die werkt met oude landbouwwerktuigen. Ze hebben schitterende oude tractoren en zijn een graag geziene gast bij evenementen in onze omgeving. Daarnaast werken ze ook daadwerkelijk met deze oude werktuigen, en verbouwen dan op traditionele manier minder vaak voorkomende, lees geen mais, granen.
Bij ons achter verbouwden ze onder andere rogge en spelt en toen de oogsttijd was aangebroken hadden ze dus ook roggestro in de aanbieding. Wij kochten honderd pakjes voor de meisjes. We kochten het stro af-land, dat betekent dus dat je het zelf moet halen. Het was een paar keer heen en weer rijden, en ik heb weer geleerd waarom je lange mouwen, hoge hals en lange broekspijpen moet hebben als je stro, of hooi gaat laden. Anders vind je nog de hele dag overal strootjes terug, en ik kan je vertellen dat jeukt! Verder is onze aanhanger niet heel erg groot, en ook niet zo hoog. Dat vergde dus een sessie creatief stapelen. Maar met een beetje goede wil gaat er heel wat op zo’n wagen. Aan mij de schone taak om te zorgen dat we onderweg niet al te veel verliezen, gelukkig is het niet al te ver rijden, want er zijn comfortabelere reisposities denkbaar dan boven op een schuddende aanhangwagen vol strobalen.
Nu was het dus de beurt aan het hooi, en dat werd gelukkig wel thuis afgeleverd, in de stromende regen, de koffie achteraf viel dan ook in goede aarde. Ik had er wel even aan moeten denken dat ik geen gebreide trui had aangetrokken. Ik zoek dus nog steeds een manier voor het onthooien van mijn trui. Iemand tips?
De dames zijn zielstevreden en manlief idem. De strooiwagen moet nog even onthooit en ontstroot worden, maar dat is van later zorg. De schuur is gevuld, en dat is, met oog op de naderende winter wel een fijn idee!

zondag 28 oktober 2012

Haarbal op vrijersvoeten

' Ping' zegt de mobiel van manlief. 'voor vijftig euro vertel ik waar jullie hond is. Een sms van mijn zwager die op een kleine 500 meter afstand woont. Wel..(vul hier wat onvervalste Brabantse scheldwoorden in) is die haarbal recht naar mijn schoonbroer en schoonzus, of misschien beter gezegd, naar dat leuke rottweiler teefje van hen gewandeld.  Diepe zucht. Had al een kwartier in de gure oktober kou staan fluiten en roepen naar de viervoeter. Die terwijl wij druk waren het voerrek van de koeien te herpositioneren, zich zelf maar had besloten uit te laten.

Dat voerrek was een urgent karweitje, om te voorkomen dat ik mezelf weer zou aantreffen, rond rijdend door de Maashorst, opzoek naar zwart-wit gevlekt gespuis. Je vraagt je soms af hoe ze het voor elkaar krijgen, maar als de dames gezusterlijk in het voerrek gaan hangen, om dan net bij dat ene lekkere plukje hooi, dat om duistere redenen altijd veel interessanter is dan het binnen snuitbereik liggende spul, dan is het bepaald geen vedergewicht dat het rek moet doorstaan. Koeien zijn nu eenmaal tamelijk lomp, en om twee keer achthonderd kilo onverzettelijkheid te weerstaan, moet je wel van solide kwaliteit zijn.

Helaas hadden we geen ogen in ons achterhoofd en dus kon de haarbal er ongemerkt van tussen gaan. En tot het verlossende 'ping' hadden we al een gevoelsmatige eeuwigheid in die oktoberkou staan fluiten en roepen.
Die verrekte...Enfin dan maar de hond halen en gezellig een biertje slechten in een moeite door!

Maishorst

Toegegeven, die term komt niet van mezelf, dat neemt niet weg dat ik hem tamelijk briljant gevonden vindt. De credits komen toe aan de beleidsambtenaren op het provinciehuis van Den Bosch, en heeft betrekking op een deel van dit mooie natuurgebied de Maashorst wat in hoogdravende beleidstermen ook wel de natuurkern wordt genoemd. Althans dat zal het moeten worden, en is misschien in deze tijd van bezuinigingen op ecologische hoofstructuren en andere luxere overheidsplannen (zonder hier overigens direct een oordeel aan te koppelen) af en toe misschien meer hoopvol dan toepasselijk.

Want, zoals het woord al puntig benadrukt, er groeit vooral mais. Nu zou je mais aan de gemiddelde stedeling misschien ook als natuur kunnen verkopen, maar feitelijk eindigt de schoonheid van mais bij de wijdte van het uitzicht vanaf je fiets op je tocht door het landelijk gebied. Een meter links van de weg, één meter rechts van de weg. Waar je vanaf de snelweg vooral geluidswal ziet, zie je hier in de zomer vooral muren van mais.

Je weet dat de zomer aan zijn einde is gekomen als de maisoogst begint. Ineens is het landschap weer in beeld en rijdt er op werkelijk elk landweggetje een trekker met oplegger voor je. En er zijn trekkers en trekkers. Wij hebben een schattige fruitteelt John Deere, maar een loonwerker John Deere is wel even wat ander verhaal. Het lijkt wel of de landweggetjes elk jaar smaller worden, of de trekkers groter. Dat laatste lijkt me wat meer plausibel dan het eerste.

De op landweggetjes niet zo ervaren automobilist, laten we zeggen de gemiddelde stedeling, heeft dan iets van een konijn dat in de koplampen kijkt als een maisoogstspan hem tegemoet komt. Echt benauwd wordt het als zowel achter de onfortuinlijke stadscoureur als voor en om het gezellig te maken ook tegemoet de bedrijvige tractoren opdoemen waarbij kekke stadsautootje gesandwiched dreigt te worden tussen Newholland blauw en John Deere groen.

De maisoogst is een serieuze zaak, en het is spitsuur voor de loonwerkers. Er wordt af en aan gereden en voor het bedwingen van de smalle landwegen heb je zolangzamerhand, want glibberig door modder en gehakselde mais, een terreinwagen nodig. Je weet wel zo'n pc-hooft-trekker, zeer geliefd bij Groenlinks en consorten, maar hier toch zeker geen overbodige luxe.

Dan ineens is het uitzicht weer terug, en als je kijkt over de gestoppelde velden zie je de bosrand kleuren. De herfst is begonnen, de kuilen zijn gevuld voor de winter en de rust keert weer in het landschap.

zaterdag 27 oktober 2012

Pompompoen

...Blijkbaar ben ik best gevoelig voor de wisseling van de seizoenen. De blaadjes zijn nog niet van kleur verschoten, of ik krijg al trek. Voor de rest heb ik geen obsessie voor eten of zo. Maar nu de herfst op de deur klopt, of liever gezegd al in vol ornaat met modderige laarzen de deur is binnen gestiefeld, haal ik mijn neus op voor frivole salades en heb ik zin in steviger kost.
Het helpt natuurlijk wel dat ik op mijn dagelijkse tocht over de Brabantse landweggetjes bijna letterlijk struikel over de bordjes 'te koop pompoenen!' overigens stuk voor stuk voorbeelden van brocante volkskunst, die bordjes. Mijn trek is oranje geinspireerd en zo kom ik thuis met een paar solide kilo's dikke oranje joekels. Maar ja en toen. Ik ben bepaald niet pompoenervaren in de keuken. En dus beschik ik niet over een ruim arsenaal aan lekkere recepten in mijn achterhoofd.
Om heel eerlijk te zijn associeer ik de oranje pracht met wee en klef en sinds een wat minder succesvolle dessert ervaring in Turkije ook met mierzoet. Kortom niet echt mijn ding. En dan toch trek hebben in pompoen. Het kan verkeren.
Nou kan je pompoenen uitstekend een hele periode decoratief bij de achterdeur laten liggen, uiteindelijk vallen ze dan van ellende uit elkaar, zeker als het gaat vriezen en vervolgens dooien. En met een beetje pech, of geluk, tis maar hoe je het bekijkt, heb je dan zeer decoratief en offensief onkruid tussen je stoepstenen.
Edoch in deze tijd van duurzaamheid, 'carbon footprint' en het tegengaan van voedselverspilling moet ik er toch aangeloven. En origineel als ik ben, heb ik voor soep gekozen. Nadat manlief ontgoocheld vaststelde dat de pan toch echt tot en met de bodem leeg was en ik zelden zo'n prima soepje had genuttigd, moet ik dan toch wel vaststellen dat het toch wel goed gaat komen tussen mij en de pompoen. Het enige jammere is, dat ik er achteraf achterkwam dat je een hokkaidopompoen niet hoeft te schillen.
Goed, pompoensoep dus. En dan kan ik natuurlijk niet volstaan met de mededeling dat die meer dan best te hebben kan zijn, en dus bij deze het recept. Ik ben enigzins van het zo'n beetje, opgevoel en we doen maar wat koken, dus verwacht geen wiskundigverantwoorde hoeveelheid aanduidingen.
Ok, om te beginnen, hokkaido pompoenen, als je die hebt, hoef je niet te schillen, dat scheelt alvast één k-klus.

Neem zoveel pompoen dat je schoongemaakt ongeveer een pond aan blokjes pompoen overhoudt. Doe in een grote soeppan een flinke scheut olijolie en fruit daarin één gesnipperde ui en twee tenen knoflook in stukjes tot de ui glazig is. Voeg de blokjes pompoen toe en bak ze even mee. Doe er dan twee theelepels kerrie poeder bij een één theelepel komijnpoede. Vervolgens voeg je een litertje groentebouillon toe. Laat het ongeveer een kwartiertje koken, de pompoen is dan zacht, en pureer het met de staafmixer. Doe er ongeveer  125 ml room door. Breng op smaak met zout en ongeveer een kwart theelepel cayennepeper, als je durft!
Het soepje vult behoorlijk trouwens, dus je kan hem prima als een maaltijdsoep inzetten!

vrijdag 26 oktober 2012

Erftijd


Tja, ik doe manmoedige pogingen, de beestenboel op, ons erf in goede banen te leiden. Zijn het niet ontsnapte  koeien, dan is het wel een hond die de kuierlatten neemt, en die zijn naam Nimby ( Not In My Back Yard) wat al te letterlijk neemt en er voor zorgt dat ik al rondjes rijdend de Maashorst voor de zoveelste keer verken, om hem vervolgens in het asiel in Uden te kunnen ophalen. Tja een overijverige burger op toeristenpad op bezoek in ons mooie natuurgebied, dacht 'och die arme hond, die is verdwaald' En wat had ik nu gezegd over niet bij vreemde mannen in de auto stappen? En dus was ik weer een kleine 50 euro lichter, de haarbal was nog geen honderd meter van huis af.geweest.

De kippen zien de ren als louter een suggestie en zorgen ervoor dat het niet alleen met pasen eieren zoeken is. Ik kom ze op de gekste plekken tegen, en het heeft ook al eens geresulteerd in een donzig toom kuikens waarmee een hen pronkend onder de heg vandaan kwam. 

Heer en meester van ons erf is meneer kalkoen, althans dat vind hij zelf, maar het is vooral veel veren en weinig bravoure. Hij doet toch niks? vraagt bezoek bedeesd. Nee hij doet niks, tenminste zolang je niet doelt op het kiezen van het kalkoense hazenpad. Want daar is deze heer meester in.  

Wat is het toch dat dierenvrienden bij het zien van deze foto spontaan associaties krijgen met het kerstdiner? Okee ik zie een vreedzame co-existentie, tussen jager en potentiële prooien. Dat is waarschijnlijk wel enigzins in lijn met de kerst gedacht. Vrede op het erf om het maar zo te zeggen.

Toch denk ik zo dat de realiteit minder dromerig en idealistisch is, en meer te maken heeft met een geraffineerde combinatie van harige weldoorvoedheid, en een heerlijk herfstzonnetje, en donzig opportunisme.
Zolang er niemand gaat rennen, gaat het goed. En dus dan toch maar dit idyllisch plaatje, als je door je oogharen kijkt en je to-do-lijst even laat voor wat ie is! 

Ren, erf, of tuin?