maandag 26 november 2012

Voor de kerst of voor het leven?




"Voor de kerst of voor het leven?" Ik kan het niet helpen, ik kijk met lichte verbijstering naar mijn telefoon. Ik belde naar aanleiding van een advertentie op marktplaats getiteld 'kalkoenen'. Het gepronk van meneer kalkoen begon zo langzamerhand wat pathetisch te worden, en dus vond ik het tijd om hem te verblijden met een hennetje. Er naïef niet bij stilstaand, dat als je half november belt over een kalkoen, het betreffende pluimvee voor andere doeleinden beschouwd wordt, dan alleen voor de ren. "Nee!", zei ik vlug, "voor het leven". Voordat ik haar in een plastic tasje zou meekrijgen in plaats van een doos met luchtgaten.

En zo toog ik, met de nog steeds niet onthooide wagen, naar Zeeland, inderdaad, het dorpje, hier drie landweggetjes verderop. In het achterhuis van de boerderij wemelde het van de kalkoenen. Op de balken, tussen de machinerie en oh ja, ook nog een aantal in het als hok afgescheiden gedeelte. Of ik een voorkeur had voor een kleur? Indachtig het lot van haar voorgangsters voor wie wildbroeden, spierwit zijnde, vostechnisch een wat minder handige zet was, zei ik, 'doe maar bruin'. Een greep in de menigte, wat verontwaardigd gespartel, en zo reed ik met een rumoerige doos achter in de auto terug naar ons erf.

Ik weet niet of er ook een soort 'Boer zoekt vrouw' voor boerderijdieren is, maar anders zou meneer Kalkoen waarschijnlijk wel een aardige kandidaat zijn. Van schrik, 'oh jee een hen, wat nu'  heeft hij drie nachten op het dak van het kippenhok geslapen.

Het hele concept 's nachts in het hok heeft voor de nieuwbakken leden van het pluimveebestand sowieso nog al wat voeten in de aarde. Ik sluit mijn kippen, kalkoenen en parelhoen 's nachts op, omdat het vossenbestand in de directe omgeving behoorlijk op peil is en het echt niet grappig is om 's ochtends in de ren te komen als meneer de vos op visite is geweest. Een kipocide van jewelste. Biodiversiteit is leuk, maar het moet wel van mijn kippen afblijven.

Maar goed leg dat een kip maar eens uit. Als ze er een tijdje zijn, hebben ze het principe op een gegeven moment wel door. maar tot die tijd tref ik mezelf nog wel eens  in de schemering aan, speurend met een zaklamp op zoek naar een eigenwijze donsbal, die besloten heeft de nacht onder de sterrenhemel door te brengen. Dan is zo'n erf best groot, laat staan de boomgaard. Een kip of kalkoen laat zich ook niet zomaar vangen. En waarom ze dan toch steeds in de brandnetels of rozenstruik moeten gaan zitten?

Het zit me dan echt niet lekker als ik ze niet kan vinden . De opluchting de volgende ochtend, met een complete goegemeente die zich meldt voor de dagelijkse portie strooigraan, is dan best groot.

Ik heb marktplaatskippen, ik haal nogal veel van marktplaats, zo ook kippen. Ik hoef dan ook echt geen dure merkkip. Zoekend naar soep- of slachtkip kom ik dan weer eens met een doos of krat zielige dames thuis, die dan bij ons, roofvogel en vos dienende, in alle vrijheid nog een aantal jaren kunnen rondscharrelen totdat ze vanzelf omvallen. Ach ja weekhartig. Daarom heb ik inmiddels dan ook zes hanen....











donderdag 15 november 2012

Alkoeholisch

Het beestje moet een naam hebben, dat geldt evengoed voor koeien. Nu ben ik selectief wel van de tradities, maar van namen als Clara nummer zus of zoveel word ik bepaald niet warm, naast het simpele feit dat ik slechts twee koeien heb, en dan met nummering gaan werken heeft toch een beetje de schijn van grootheidswaanzin.
Elke koe in Nederland draagt oorbellen met daarop een nummer, niet dat ze daar zelf enige invloed op heeft, maar oornummers zijn nu eenmaal verplicht vanuit de Europese wetgeving. Om heel eerlijk te zijn, het maakt er de boel niet fraaier op. In de veewereld zijn sommige meer gelijk dan andere, en daarom hebben paarden geen oornummers, maar zijn ze gechipt. De objectieve logica hiervan, heb ik, om heel eerlijk te zijn, nog niet gevonden.
Ook mijn meisjes hebben allebei zo'n nummer in hun oren. Maar dyscalculisch als ik ben, ben ik dus niet zo van de nummers, en moest er een stel passende namen gevonden worden. Een uitdaging op zich.
De eerlijkheid gebiedt dat wij de het licht zagen op de drankenlijst van een menukaart na een copieus diner in de Belgische Ardennen. Kriek, want we telen kersen, en Kalfádos, nee niet vanwege appels, dan schrijf je het trouwens ook anders, maar om dat ze de helft is van een tweeling. Enfin de namen passen mooi in combinatie met een kat die, als het zo uit komt, luistert naar de naam Ouzo.


Zegengeld



Op een gegeven moment kom je er achter dat jouw dagelijkse realiteit, misschien niet helemaal één op één parallel loopt met die van je vriendinnen. Om maar een zeer willekeurige dwarsstraat te noemen. Ik heb koeien en de meeste mensen in de Nederlandse woonwijken hebben die nu eenmaal niet. De gemiddelde doorsneestraatbewoner krijgt al een rolberoerte bij het zien van een torenhaan, laat staan dat er twee van die wandelende zuivelproducenten het gemanicuurde gazonnetje in de achtertuin staan bij te werken.

De avonturen van mijn illustere tweetal heb ik de afgelopen tijd al uitvoerig de revue laten passeren, maar misschien is het wel eens goed om maar eens bij het begin te beginnen. Hoe komt een meisje in vredesnaam aan twee koeien?

Nou gewoon, die heb ik voor mijn verjaardag gekregen. Nu ben ik ook iemand die een shetlandpony op haar trouwdag kreeg, dus in die zin hoefde ik niet echt vreemd op te kijken, maar manlief had qua verjaardagscadeaukeuze deze keer de orginaliteitsprijs meer dan verdiend.

Natuurlijk had ik op allerlei al dan niet slinkse manieren geprobeerd hem te ontfrutselen wat hij voor me in petto had, ik ben namelijk volstrekt niet nieuwsgierig, maar hij deed er het weloverwogen zwijgen toe en toen we het boerenerf opdraaiden had ik nog geen enkel vermoeden wat mijn verjaarscadeau zou zijn.

Laat staan dat we op kraamvisite gingen in de koeienstal
Onzeker op de hoeven, gefixeerd op mijn vingers, wie smelt er nu niet bij de aanblik van een paar dagen oud kalfje, zeker als je zo weekhartig bent ingesteld als ik.
De meisjes mochten echter nog niet mee, naast het feit dat het vervoeren van twee kalveren in een personenwagen in dit deel van de wereld een hachelijke onderneming is, was het voor dit tweetal beter  om nog een paar weken op de geboorteboerderij te blijven totdat ze niet meer afhankelijk waren van de melkemmer.

Die emmer zet je trouwens toch wel aan het denken, hoe vaak ik de vraag niet heb gekregen, oh je hebt dus koeien, maar moet je die dan niet elke dag melken? Diepe zucht,een wedervraag, wanneer heeft een vrouw melk? Juist, als ze een kind heeft gekregen, een koe dus ook.

De Nederlandse koe geeft vele kilo's melk, melk reken je in kilo's en niet in liters. Heeft iets met eiwit te maken. Maar die melk komt niet echt terecht waar het oorspronkelijk voor bedoeld is, bij dat koddige, onzeker op de hoefjes staande beestje in zijn iglo. Is er niet wat voor te zeggen om die kalfjes gewoon bij hun moeder te laten drinken? Goed bedrijfsvoeringstechnisch is dat waarschijnlijk een aardige uitdaging, maar op de totale melkgift zou het toch niet zo veel hoeven uitmaken? Maar dit terzijde

Een mailtje, de dames zijn klaar de 'weide' wereld in te gaan. De auto met veewagen draaide ons erf op. Van elk van de meiden een geboortebewijs, en een euro zegengeld, voor het geluk. Het muntstuk heb ik vastgeplakt op het documentje.


En zo heb ik dus koeien, inmiddels niet meer koddig, maar zeer solide, met onbescheiden horens en een dito willetje.

Soms zegt manlief met een dromerige blik op de wei:' kijk...daar loopt een mooie biefstuk'... ik protesteer luidkeels, 'geen denken aan!' 'Als je gewild had dat ik mijn verjaardagscadeau op zou eten, dan had je me taart moeten geven'. In algemene dienst als weidestoffering en gazononderhoudsdienst dus.

Ik aanvaard echter wel de consequentie, ik ben geen vegetariër, maar als ik mijn eigen dieren niet naar de slacht breng, wie ben ik, als ik dan wel een kiloknaller koop? En dus koop ik biologisch.





maandag 12 november 2012

U zult Boeren!


Zelf ben ik niet opgegroeid op een boerderij. Ik ben een meisje uit de straat, rijtjeshuis, postzegeltuin voor, postzegeltuin achter. De wereld overzichtelijk op een paar vierkante meter.
De jaren tachtig wijk lag tot mijn grote geluk wel aan de rand van het landelijk gebied, dus er was voldoende ruimte om in sloten te vallen, modder in huis te importeren en min of meer ondergrondse hutten tot stand te brengen. Mijn ervaring met het landleven was de afstand die het prikkeldraad tot de wei schept. Koeien als grasdecoratie, en het gebrom van een trekker in de verte.
Jaren en studies later werkte ik op het toenmalige ministerie van Landbouw en trof daar een leuke (voormalig) boerenzoon met wie ik op een goede dag ging samenwonen in het Brabantse land, anti-kraak.

Als je iets doet, moet je het goed doen en dus woonden wij  in onze ‘anti-kraak’ samenwoonperiode in een boerderij op een landelijk gelegen landgoed hier in de omgeving.
Duidelijk moge zijn dat pittoresk niet één op één samen gaat met comfortabel. Maar goed je bent jong, en je maalt er niet zo om. Het detail dat wij boven geen elektriciteit hadden, en de verwarming van het huis zich beperkte tot de houtkachel in de woonkamer mocht de pret niet drukken.

Wanneer we in de winter een paar dagen niet thuis waren geweest en we bij thuiskomst bijkans vastvroren aan de bank gebruikten we een oorverdovend gasfles-gestookt warmtekanon om het interieur te ontdooien. Logees werden voorzien van kruik in het logeerbed en het duurde even voordat mijn vader zich realiseerde dat de leuke lichtjes die hij door het plafond heen zag inderdaad de sterren waren. Als het vroor stonden de bloemen op de ruiten en wees de thermometer binnen min één aan. We proefden aan de ruimte en de vrijheid en waren verkocht. Voor ons alleen nog het buitenleven. En dus werd Funda afgespeurd en zagen wij diverse renovatieprojecten van heel dichtbij.

En dan op een dag wordt je bod geaccepteerd. Een gevoel van euforie en 'oh help'.
Bij het voorlopig koopcontract zat een brief van de gemeente, waarvan de strekking samengevat luidde: deze boerderij heeft een agrarische bestemming, dus u mag hier niet wonen tenzij u boer bent. Wij waren geen boer. Wat dan? Ons financieel voorbehoud liep af. Dan wordt je dus boerin. zei mijn wederhelft grijnzend.

De grote vraag is dan, maar wat gaan we doen? Met leuk wat schaapjes voor de gezelligheid kom je er in overheidsland niet. Om te voldoen aan de eis van de agrarisch bestemming moet je een volwaardig agrarisch bedrijf hebben, en dien je dus te voldoen aan de zogenoemde 'volwaardigheidstoets', kort en goed, je moet er een serieuze boterham mee kunnen verdienen.

Met onze ruim drie hectaren strak tegen de ecologische hoofdstructuur aan, is de keuze bepaald niet reuze. In eerste instantie dachten we nog aan zoogkoeien, maar het aantal koeien dat je nodig hebt om een volwaardig bedrijf te hebben was op onze drie hectaren, was zo dicht op de natuur nu niet bepaald duurzaam.

Googelerwijs kwamen we bij een combinatie van kersen en koeien, maar na enig rekenwerk was onze conclusie: vergeet de koeien we gaan voor kersen. En zo stortten we ons in ons nieuwe avontuur en mag ik mijzelf dus boerin noemen.





Ponypedicure

Het was weer tijd voor de pedicure van de weidestoffering, zoals ik de dames pony wel eens gekscherend noem. Yvetje het Shetje, ons trouwcadeau van de collega's vier jaar geleden, en Conny-de-Ponny van de buren die gezusterlijk het weiland tussen de buren en onze boerderij bewonen. De dames hebben een uitgebreide dagbesteding die bestaat uit grazen, grazen en oh ja nog een beetje grazen.
Het liefst verzetten ze geen hoef meer dan strikt noodzakelijk, behalve op de momenten dat een acute zucht tot avontuur de kop op steekt en de buurman ze weer eens uit het aangerenzende bos kan vissen. Het opmerkelijkste is, dat de dames onder de draad door kruipen. Nu kan ik me dat, gezien de grootte van Yvet nog enigzins voorstellen, maar voor wat betreft Conny vraag ik me af waarom ze niet gewoon een aanloopje neemt.
Ik vind het op een bepaalde manier wel prettig dat het niet altijd mijn koeien zijn die besluiten tot een buurtwandeling om vervolgens in de maiskuil, helaas voor hen leeg, van een van de andere buren te belanden. Dus natuurlijk helpen we blijmoedig mee om de onevenhoevigen weer op de juiste plek terug te brengen. Waarna onder het genot van een pijpje bier de mogelijkheden tot het vermarkten van ,in dit geval, een frikandel van paard worden doorgenomen.
Maar omdat de dames dus bijvoorkeur niet al te vaak op de harde komen, worden de nageltjes niet door moeder natuur gevijld. En dus moet de ponypedicure er aan te pas komen. Voor alle duidelijkheid, ik heb het hier dus over de hoefsmid.
Yvet en Conny zijn niet bijvoorbaat overtuigd van de nut en noodzaak van de onderhoudsbeurt. Gelukkig is een pony bij uitstek opportunistisch en laten ze zich met een gepaste dosis paardenbrokjes wel verleiden. Al wordt de uitdaging er bepaald niet minder op. Conny heeft het zakkenrollen tot kunst verheven en is niet gezegend met de deugd van bescheidenheid.