maandag 12 november 2012

U zult Boeren!


Zelf ben ik niet opgegroeid op een boerderij. Ik ben een meisje uit de straat, rijtjeshuis, postzegeltuin voor, postzegeltuin achter. De wereld overzichtelijk op een paar vierkante meter.
De jaren tachtig wijk lag tot mijn grote geluk wel aan de rand van het landelijk gebied, dus er was voldoende ruimte om in sloten te vallen, modder in huis te importeren en min of meer ondergrondse hutten tot stand te brengen. Mijn ervaring met het landleven was de afstand die het prikkeldraad tot de wei schept. Koeien als grasdecoratie, en het gebrom van een trekker in de verte.
Jaren en studies later werkte ik op het toenmalige ministerie van Landbouw en trof daar een leuke (voormalig) boerenzoon met wie ik op een goede dag ging samenwonen in het Brabantse land, anti-kraak.

Als je iets doet, moet je het goed doen en dus woonden wij  in onze ‘anti-kraak’ samenwoonperiode in een boerderij op een landelijk gelegen landgoed hier in de omgeving.
Duidelijk moge zijn dat pittoresk niet één op één samen gaat met comfortabel. Maar goed je bent jong, en je maalt er niet zo om. Het detail dat wij boven geen elektriciteit hadden, en de verwarming van het huis zich beperkte tot de houtkachel in de woonkamer mocht de pret niet drukken.

Wanneer we in de winter een paar dagen niet thuis waren geweest en we bij thuiskomst bijkans vastvroren aan de bank gebruikten we een oorverdovend gasfles-gestookt warmtekanon om het interieur te ontdooien. Logees werden voorzien van kruik in het logeerbed en het duurde even voordat mijn vader zich realiseerde dat de leuke lichtjes die hij door het plafond heen zag inderdaad de sterren waren. Als het vroor stonden de bloemen op de ruiten en wees de thermometer binnen min één aan. We proefden aan de ruimte en de vrijheid en waren verkocht. Voor ons alleen nog het buitenleven. En dus werd Funda afgespeurd en zagen wij diverse renovatieprojecten van heel dichtbij.

En dan op een dag wordt je bod geaccepteerd. Een gevoel van euforie en 'oh help'.
Bij het voorlopig koopcontract zat een brief van de gemeente, waarvan de strekking samengevat luidde: deze boerderij heeft een agrarische bestemming, dus u mag hier niet wonen tenzij u boer bent. Wij waren geen boer. Wat dan? Ons financieel voorbehoud liep af. Dan wordt je dus boerin. zei mijn wederhelft grijnzend.

De grote vraag is dan, maar wat gaan we doen? Met leuk wat schaapjes voor de gezelligheid kom je er in overheidsland niet. Om te voldoen aan de eis van de agrarisch bestemming moet je een volwaardig agrarisch bedrijf hebben, en dien je dus te voldoen aan de zogenoemde 'volwaardigheidstoets', kort en goed, je moet er een serieuze boterham mee kunnen verdienen.

Met onze ruim drie hectaren strak tegen de ecologische hoofdstructuur aan, is de keuze bepaald niet reuze. In eerste instantie dachten we nog aan zoogkoeien, maar het aantal koeien dat je nodig hebt om een volwaardig bedrijf te hebben was op onze drie hectaren, was zo dicht op de natuur nu niet bepaald duurzaam.

Googelerwijs kwamen we bij een combinatie van kersen en koeien, maar na enig rekenwerk was onze conclusie: vergeet de koeien we gaan voor kersen. En zo stortten we ons in ons nieuwe avontuur en mag ik mijzelf dus boerin noemen.





Geen opmerkingen:

Een reactie posten