woensdag 2 oktober 2013

Wecksperiment



Hartstikke leuk, zo’n erf met fruitbomen en guerillavlieren. Ik ben een soort hamster. Ik kan dat fruit met geen mogelijkheid negeren en grijp vol enthousiasme elke gelegenheid aan om het in te maken. Dit heeft tot resultaat dat ik planken vol potjes met ondefinieerbare jammetjes, sapjes en siropen uit diverse decennia tot mijn beschikking heb. Tragisch genoeg eet ik nooit jam, heb ik liever een glaasje wijn dan een glas sap, en doe ik toch minimaal vier seizoenen met een fles siroop.  De leercurve is echter tamelijk vlak, en dus is de voorraad aanzienlijk. En stoffig, dat ook.

Tijd dus om het over een andere boeg te gooien. Om onze tweede keus kersen te verwerken kochten we een destillatieketel aan de Bodensee, ach ja op vakantie wil je ook wel eens een souvenirtje meenemen, en zo staat de ketel in al zijn glimmende koperheid te pronken. En dat is precies ook nog het enige dat hij doet, de regelgeving op het gebied van stoken is dermate veelomvattend dat de vergunningaanvraag een heuse studie vergt, zodat dit nog even een proces in ontwikkeling is.

Maar goed, we zijn niet te flauw en danig geïnspireerd door het fenomeen fruitverwerking en alcohol, is de hernieuwde variant van mijn hamsteractie tot ontwikkeling gekomen in een serieuze voorraad weckpotten met divers fruit op even diverse soorten drank. Je moet toch wat met al die flessen die achter in de kast staan te verstoffen. Kersen op tequila, mirabellen op brandenwijn, pruimen op eau-wat-was-het-ook-al-weer en bramen geladeerd met bacardi, een en ander opgefleurd met kaneelstokjes en bourbon vanille en tijd, veel tijd. Om op smaak te komen moeten drank en vruchtje met elkaar ‘huwen’en dat neemt blijkbaar een week of tien in beslag, niet echt een proces van grote stappen snel thuis dus, maar het worden vast heel gezellige kerstdagen…

In een van mijn ‘oh-wat-is-het-landleven-toch-leuk-blaadjes las ik dit voorjaar een recept over vlierbloesemchampagne. Omdat ik al voor een heel weeshuis siroop in de kast had staan was dit een kolfje naar mijn hand. En al snel stond er een tiental ex-colaflessen op mijn aanrecht. Een belangrijk deel van het recept was mij op zeker moment ontschoten. Het detail dat de flessen elke zoveel dagen opengedraaid moesten worden om de opgebouwde druk te laten ontsnappen, schoot mij fluks weer te binnen toen ik bij binnenkomst van de keuken omringd werd door de zwoele geur van vlierbloesem, het ritmisch getik van vallende druppels en struikelde over een uiteengereten petfles. Prima spul trouwens, dat explosieve goedje, maar iets minder geschikt in combinatie met breekbaar vaatwerk.

De kersen zijn inmiddels al maanden van de bomen, maar voor het overige is het volop oogsttijd. De jeugdige hoogstambomen geven gul appels en peren, de vlier hangt door onder het gewicht van de bessenschermen en van mijn schoonmoeder kreeg ik een flinke kist pruimen . Er is werk aan de winkel.


Tussen de weckgeneratie en de tegenwoordige tijd zit een flinke vrieskist. Maar nu de digitalisering van de samenleving met rasse schreden voortschrijdt, knokken, puur, echt, dichtbij en knus zichzelf steeds meer terug aan keukentafel. De zinken weckketel en het ‘jaren-zeventig-hoe-maak-ik-in-boekje’  van de kringloop komen daar bij goed van pas, evenals de Ipad voor ‘dat-ene-leuke-receptje’. De eenentwintigste-eeuw-vrouw en haar wecksperiment,  drie soorten pruimenchutney, een pot of zes appelmoes, vergeet vooral het vlierspulletje niet....en nu die kist stoofperen nog!



donderdag 19 september 2013

En wie plukt er nu precies de vruchten van?!

Kijk daar zit de vijand’ zeg ik terwijl ik over de rand van mijn wijnglas naar de vijver loer. Aan de overzijde wast een ontelbare zwerm gespreeuwte zich kwetterend in onschuld.
Wonen in een plattelandsidylle betekent een continue wedloop met de natuur. De kraaien en eksters moeten wel een torenhoog cholesterol gehalte hebben, gezien het aantal eieren dat ze van me gejat hebben, de rodelijstmussen weten de weg naar de aardbeien goed te vinden en de regent tovert de moestuin om in een authentieke jungle.
De kooktijdschriften en tuinblaadjes staan dezer dagen vol met idyllische plaatjes van schalen blozend zomerfruit in beeldige boomgaarden op schilderachtig servies. Onze missie is duidelijk: kersen, diepzwart, liefst zo groot mogelijk, glanzend, zonder butsjes of scheuren en met een frisgroen steeltje. Want zo willen de supermarkten het.
Maar tussen ons doel en de realiteit staat een hindernisparcours waar defensie nog een puntje aan kan zuigen. Een sadistisch samenwerkingsverband tussen weergoden, plagen en niet te vergeten erfdieren zet geraffineerde obstakels tussen teler en kers.
Zijn het niet de koeien die de verlokkingen van de grasstroken in de boomgaard niet kunnen weerstaan en in hun elegantie dwars door de fertigatieslangen dartelen, blijkt Koning Winter het in april het nog wat al te gezellig te vinden in ons kikkerlandje en sta je dus bij nacht en ontij de kostbare bloesem te beveiligen met warmtekanonnen.
Niemand is je trouwer dan je vijand en zo is natuurlijk ook het duo rups en luis weer vol op van de partij.
Maar uiteindelijk hangen ze er dan. De kersen, veilig afgeschermd met netten tegen vogelgespuis, glanzend aan de takken. Klaar om geplukt te worden en hun weg te vinden naar supermarkt en de kraam aan huis.
In de bloesemtijd kreeg de boomgaard bezoek van een grote schare fietsers, voor een groot deel grijsgelokt en elektrisch aangedreven, met alle tijd voor een praatje. De meest gedeelde anekdote van de dag verhaalde over kersen jatten in de boomgaard.

Hmm blijkbaar moeten we naast houtduiven ook de grijze duiven in de gaten houden….

donderdag 31 januari 2013

Black&Tan

Tja niet alleen de koeien nemen soms de kuierlatten. Onze hond, een grote zwarte langharige rottweiler-hollandse herder kruising, kan er ook wat van. Ondanks de ogen in mijn achterhoofd komt het net te vaak voor dat ik mezelf rondrijdend in de omgeving aantref, binnensmonds vloekend, op zoek naar een vierpotige, zwarte, haarbal.

Nadat we hem een keer in een asiel mochten komen ophalen, toen een wat overijverige toerist had bedacht dat het toch wat zielig was, zo'n loslopende hond, heeft meneer een heuse hondenpenning. Het kost een beetje, maar scheelt vijf tientjes. Ik heb nog even overwogen om erop te zetten 'Neem mij niet mee, ik maak gewoon een ommetje'. Maar heb me uiteindelijk beperkt tot de NAW-gegevens ( naam, adres, woonplaats enzo)

De gebruikelijke route van het heerschap leidt tegenwoordig tamelijk rechtstreeks naar het leuke rottweiler teefje van mijn zwager en schoonzus, maar soms leiden zijn hormonen hem ook wel eens naar andere paden. Ons heerschap is namelijk nog helemaal compleet en dat zou zo maar voor verrassingen kunnen zorgen. Ofschoon het tot op heden goed lijkt te zijn gegaan.

Onze buren hebben ook honden, zuivere rashonden, Duitse pinchers als ik het wel heb,  waarmee ze ook met enige regelmaat nestjes fokken. En toen ik over de rand van mijn koffiemok een blik wierp in de hoek van de keuken waar een trotse moederhond met haar twee koddige puppy's lag, verslikte ik me toch even.

Black & tan....precies een rottweiler...

'Goh bijzondere tekening heeft dat hondje'. zeg ik. 'Ja,dat komt vaker voor' vertelt de buurvrouw. 'Je hebt ze in rood en in black& tan'.
'Mooie beestjes hoor!' bewonder ik het kleine grut.

Mijn hart zit weer daar, waar het hoort te zitten...


Koekje meisjes?

Een voerrek dat horizontaal in de stal ligt, is doorgaans geen goed teken en dan druk ik me nog zacht uit. Ik vraag me wel eens af waarom dit altijd moet gebeuren , nét op het moment dat ik, bijvoorbeeld, naar mijn werk wil gaan.

Zo'n momentje dat je eigenlijk nét aan de late kant bent, toch al een beetje aan het stressen was en het dus gewoon voor geen meter uitkomt dat twee koeien de kuierlatten hebben genomen.
Voor zover dat ooit uitkomt trouwens. Kortom, tijd om de koevanguitrusting bijeen te rapen: veekoek, hondenriem ( je moet toch wat) autosleutels.

En dan beweegt er in je ooghoek iets wits, meer specifiek twee hele grote, gehoornde, witzwart gevlekte, ietsen. Daar staan ze dan, in de voortuin. De voortuin van de overburen om precies te zijn.
Ai. Leuke tuindecoratie en een koe sluiten niet één op éen aan, zo is me al eens gebleken. Laat staan twee koeien.

De vraag 'waar zijn ze?' is dan wel volledig beantwoord, maar de tweede vraag 'en hoe krijg ik ze thuis?' tikt al gluiperig op je schouders.

"Kriek, Kalfádos, koekje! Soms is de voor de hand liggende methode meteen ook de juiste. Ik realiseer me ineens weer waarom het handig is om koeien te hebben die luisteren. Ik heb de volledige aandacht, 'Kom maar naar het vrouwtje meisjes'. De meisjes zetten een sprintje in richting de felbegeerde veekoek.  

'Had je niet een stok of zo bij de hand', zei mijn wederhelft 's avonds en wijst me subtiel op het risico dat ik gedurende mijn avontuur schijnbaar heb gelopen. 'Nou nee', ik had eigenlijk ook niet verwacht dat ze zo meteen zouden luisteren toen ik ze riep.

Het is dan ook toch wel licht intimiderend om twee enorme gehoornde koeien met een strakke focus op de veekoek in je hand achter je aan te hebben schommelen.  Ik duw de onrust ergens diep in mijn bewustzijn weg en dirigeer het duo naar de achterste wei. De stal is tot nader order buiten gebruik, dus ik ben blij dat het ergste vriesweer achter de rug is.

Koud is het niet, maar wel nat, heel erg nat zo ervaar ik als ik plichtmatig de stroomdraad rond de wei controleer en repareer en de regenvlagen ijzig tegen mijn achterhoofd striemen. Maar goed, ik wil van de koeienspeurtocht geen dagelijks ritueel maken, en boerin ben je nu eenmaal niet alleen als de zon schijnt.

Zodra ik mijn druppend kloffie heb verwisseld voor een droger alternatief besluit ik maar even bij de buren langs te lopen. De buurvrouw, net wakker, blijkt thuis. Of ik koffie lust, 'ja graag'. 'Goh' zegt ze, 'het ene moment zie ik een koe op het gazon, het volgende moment zie ik 'm met een rotgang jullie kant op spurten'. 'Tja ik had koek', zeg ik.







woensdag 16 januari 2013

Een goeie vrouw brengt je leven in balans (ofzoiets )

Mijn telefoon gaat. 'of ik even kan komen' vraagt manlief . Hij was even een mestbak gaan halen bij de buren en was iets te optimistisch geweest ten aanzien van de gewichtsverdeling. Dan gaat zo'n trekker dus een 'wheelie' maken. Ik kan je vertellen, dat ziet er best bizar uit. Net als een vrouw als contra gewicht op de neus van een trekker overigens. Nee, gelukkig was het niet druk op straat.

Wat is dat nu voor wit spul?

Vanochtend ging ik de kippen vrij laten. Vostechnisch is het verstandig, dus doe ik dat ook braaf, om ze 's nachts op te sluiten. Dat kan soms best wat voeten in de aarde hebben, of liever gezegd, gezien de nattigheid van de afgelopen maanden, modder. Vaste prik is ook dat ik minimaal een keer per week blijf hangen in de Nepalese gebedsvlaggetjes die daar vastberaden wapperen in de wind. Ik ga er dan maar vanuit dat het geluk brengt. Bij nieuw pluimvee, zoals bijvoorbeeld de kalkoenhen is het opsluiten nog een hele mijl op zeven. Zeker als ze het er niet mee eens is. En ze was het er best een tijdje niet mee eens. Fijn.  Stel je maar eens voor. Donker, zaklamp. regen, kalkoenhen met sprintneiging, een doornige rozenstruik en ondergetekende. ' Je bloedt' zei manlief toen ik na gedane zaken weer binnen kwam.
Enfin, inmiddels heeft ze het door, en zit ze braaf naast Meneer Kalkoen op stok.
Wist je trouwens dat kalkoenhennen hoogtevrees hebben? Echt waar. De hanen niet, maar alle hennen die ik heb gekend, hebben hoogtevrees. Ik noem ze wel de weifelende wijffies ' zal ik wel, zal ik niet' en met een weinig charmante bons landen ze dan uiteindelijk in het strooisel van het kippenhok.
Je zou verwachten, gezien het feit dat ochtenden een terugkerend ritueel zijn, ze het kunstje zolangzamerhand wel eens door zal hebben. Maar nee, ik zie geen enkele progressie.
Er was weinig enthousiasme om naar buiten te gaan vanochtend. Normaal vliegt de horde vastbesloten het zonlicht in, maar vandaag was men er op tegen. Een nuffig pootje, brrr, wat is dat voor raar wit spul? Unaniem werd besloten dat de zaak niet te vertrouwen was. Nou ja bijna unaniem dan. Alleen meneer nam de honneurs waar. Ik verdenk hem er sterk van dat hij het wit als een uitstekend decor voor zijn verenpracht beschouwt. Het is en blijft een nuffig ding.