vrijdag 25 juli 2014

Een kijkje in de kersenkraam: Kersenmeisje of kersenvrouwtje?

Zo'n zes weken per jaar bestaat mijn leven uit kersen, kersen, èn laten we vooral de kersen niet vergeten. Zes weken per jaar sta ik in de kersenkraam. Zeven dagen per week, twaalf uur per dag. Met een kersenjurk, kersen in mijn oren, kersen om mijn hals en een kersenlint om het haar gebonden.

Dan ben je ineens het kersenmeisje, of het kersenvrouwtje, sterk afhankelijk van de gene die aan de kersenkraam staat.

Onze trouwe camper, een tafel, erover een kleed bezaaid met kersen. De oude Berkel weegschaal uit de keuken. Links en rechts wat oude fruitkistjes. En kersen, kratten vol kersen. Zoet, zwart glanzend. Afgewogen in pondsbakjes.

Waren we vorig jaar nog bezorgd of we wel de loop in de kraam zouden krijgen, inmiddels weten we beter. De borden hangen koud langs de weg, of de eerste kersenklanten dienen zich aan.

Er wordt veel gefietst in onze streken. Maar men rijdt ook graag een blokje om voor dit 'eind van de wereld'.

'Ik wist niet dat hier nog zoveel huizen stonden!'

Acht huizen telt ons buurtschap. Een min of meer doodlopende straat in de Maashorst. Motorrijders en wielrenners zien we altijd twee keer. Die houden blijkbaar niet van zandstraten. Er komt hier geen verder geen kip voorbij, of  nou ja, een kip nu juist wel.

Maar in de kersentijd is het een komen en gaan: auto's, fietsers, een gedreven wandelaar.

'Zo gezellig, kopen bij de kersenboer!'

'Ik heb hier vorig jaar ook kersen gekocht' Ik dacht: 'Ik ga weer mooi naar mijn adresje'.

Er zijn er, die komen dagelijks. Een kilootje, soms twee. 'Eén voor onderweg, en één voor thuis'. 'Daar ben ik weer!' 'Ze zijn zo lekker, die kersen!' 'Verslavend!'

'Ja, ja,  grijnst manlief, als de zoveelste auto het erf op draait, 'Kersen? Die komen voor je kersenjurkjes zul je bedoelen!'



























Een kijkje in de kersenkraam: Eierdozen

Bepakt en bezakt komt hij aan de kraam.

 'Ja' zegt hij, 'Ik heb eierdozen voor u.' Vorig jaar had u ook eieren in de kraam, en toen heb ik u beloofd eierdozen voor u te bewaren'.

'Mijn zus heeft ook mee gespaard'.

Hij wijst op de gigantische hoeveelheid eierdozen, die in tassen aan zijn stuur hangen, die vastgebonden zijn op zijn bagagerek.

Ik heb het hart niet om te zeggen, dat ik eigenlijk geen eierdozen nodig heb nu.

Dus ik glimlach en ik zeg: 'wat lief van u, dankuwel!'

'Och' zegt ie, 'nu ben ik mijn portemonnee vergeten, nu moet ik even terug anders kan ik geen kersen halen'.

Ik pak een doosje kersen voor hem in.

'Het is wel goed', zeg ik.

vrijdag 18 april 2014

Klikoe

In een tweepersoonshuishouden als het onze, is er nog wel eens wat over. Wij hebben geen kliko, wel een klikoe of een klikip, daarnaast wil onze afdeling restverwerking bij tijd en wijle ook wel eens blaffen of miauwen. Waar de spotjes van het voedingscentrum ons manen precies te koken voor het aantal personen dat zich aan tafel meldt, zal dit op ons erf wel tot wat protesten leiden. Want het emmertje keukenresten heeft een trouwe schare fans die er, al dan niet letterlijk, reikhalzend naar uitkijken.

Als het om eten gaat, zijn erfdieren bepaald niet van gisteren. Ze weten tot op de minuut na nauwkeurig wanneer en van wie ze eten kunnen verwachten. En als het te lang duurt, dan volgt er protest, luidkeels protest. Wie niet begrensd wordt door schrikdraad, komt het liefst nog zelf even halen. Zo tref ik in de keuken niet zelden een kip die haar scharrelterrein wel heel erg heeft verruimd. Goed, moet ik de achterdeur ook maar dicht doen.

Bedelende koeien, dwingende ganzen, een directieve kat, een hond die voertechnisch totaal over zich heen laat lopen en wat al te assertieve kippen. Zo is het caterplaatje weer compleet. Ik verbaas me er telkens weer over wat iedereen lust. Kippen lusten zo ongeveer alles, hondenbrok, koeienbrok het maakt niet uit, kippen lusten trouwens ook kip, maar daar heb ik moreeltechnisch dan weer wat op tegen.

Ook de scope van de koeien blijkt heel wat breder dan alleen gras en hooi, ook een pistoletje gaat er gretig in. En ook pindakaas laten ze niet aan zich voorbij gaan, ofschoon ik die toch echt voor de winterhongeringe tuinvogels had bedoeld.
De reikwijdte van een koeientong is altijd nét iets groter dan je op voorhand denkt. Dat is ook altijd leuk als je in je nette ik-moet-gaan-werken-outfitje nog even de koeien denkt te gaan voeren...altijd fijn koeienkwijl..








maandag 31 maart 2014

Ik heb me in de nesten gewerkt!

Ik heb me in de nesten gewerkt! De tijd dat ik baas op eigen erf was, is al eventjes voorbij.  Zeker nu zo ongeveer de hele erfbevolking het voorjaar in zijn hoofd heeft en je vrij gemakkelijk een natuurfilm in de meest dubbele zin van het woord kunt maken.
De negen ganzen die ik in bruikleen heb van mijn zwager en schoonzus zijn grondig over hun aanvankelijke verlegenheid heen. Luidkeels melden ze zich in alle vroegte bij het kippenhok om de dagelijkse portie scharrelgraan in ontvangst te nemen.  Ik denk er over om maar eens een diepte investering in gehoorbescherming te gaan doen.
De nesteldrift van deze sneeuwwitte waakbrigade heeft er voor gezorgd dat ik 'persona non grata' ben geworden in mijn eigen bloementuin. Tussen de maagdenpalm en een verdwaalde narcis is een zorgvuldig takkennest opgebouwd, waarop nu een helwitte dame erg haar best doet onzichtbaar te zijn. Het is een nobel streven, maar in deze sneeuwloze tijd van het jaar een redelijke illusie.
Blijkbaar is groepsbroeden de laatste trend, want op een letterlijke steenworp afstand is inmiddels een nieuw nest in aanbouw. Wat de toegankelijkheid van de bloementuin er niet beter op maakt. Gelukkig ben ik niet zo onder de indruk van gesis, daarvoor heb ik te veel tijd in de Haagse tram lijn16 doorgebracht.
De koeienstal is inmiddels gekraakt door een ganzendame. Het kan aan mij liggen, maar twee volledig gehoornde dames van respectievelijk 900 kilo, en een nest eieren lijken mij nu niet bepaald de meest gunstige combinatie. Dat geldt overigens ook voor de kip die in al haar wijsheid heeft bedacht haar eieren in de as-la van de terras openhaard te leggen. Een heel nieuwe dimensie zo aan de start van het BBQ seizoen. Ik vroeg me al af waarom een van mijn kippen er zo grijzig uitzag de laatste weken.
Vostechnisch heeft de nestbouwster op ons eiland het toch het beste begrepen. Maar zij heeft het op haar beurt weer te stellen met winnaar van de prijs voor het meest onverdraagzame gevogelte van het erf: de heer meerkoet.
Met een onvermoeid fanatisme wordt alles en iedereen die ook maar een zwemvlies in de vijver durft te steken, terug de wei in gejaagd. Opdat mevrouw meerkoet in alle rust aan haar drijvend nest kan knutselen.
Meneer Kalkoen
beschikt deze lentedagen over een sterk verhoogd testosterongehalte. Het is maar goed dat ik mijn auto niet al te frequent was, het onderscheid tussen de concurrentie, en zijn eigen spiegelbeeld is wat al te ingewikkeld voor dit stuk opgeblazen pluimvee. Ondertussen broedt zijn wederhelft geduldig tussen de klimop achter de boerderij en ben ik elke dag weer blij dat de vos niet is langs geweest.
Ik telde in zo'n ganzennest een veertiental eieren. De nestteller staat inmiddels op vijf. Dat belooft nog een uitdaging te worden over een paar weken. Enfin, gelukkig is de boomgaard groot genoeg. Ik schat zo in dat we die, dit groeiseizoen niet meer hoeven te maaien!








woensdag 12 februari 2014

Uitslaaphooi

Koeien hebben autistische trekjes. Nee dit heb ik niet zelf bedacht. Het kwam een paar maanden geleden langs op twitter, en ik dacht: 'tja dat klopt'.
Mijn meisjes zijn nogal gehecht aan regelmaat en voorspelbaarheid. Elke geringste afwijking wordt beantwoord met een verontwaardigd geloei dat in indringendheid toeneemt, naar mate het langer duurt voordat er wordt ingegrepen, bijvoorkeur met brok, al doet een pluk hooi soms ook wel wonderen. Een koe kan jengelen, en niet zo'n beetje ook, met een beetje pech heb je binnen de kortste keren een pandemonium van koeiengekrijs.

Erg fijn 's ochtends, als je net hebt bedacht een keertje uit te slapen.

Dat kan je dus vergeten.

De dames hebben aan jouw nachtrust geen boodschap. Zelf hebben ze immers ook maar zo'n 20 minuten slaap per etmaal nodig, dus waarom zouden ze jou er dan meer gunnen? Ze willen hooi, en wel nu.

Een gehoornd dictatorschap op het boerenerf.

Het vervelende is, dit heeft met name betrekking op ondergetekende. Ik hoef maar de deur open te doen, een voet op het grind te zetten, de hoek om komen rijden of het is al raak. Nu zijn het niet alleen de koeien, zowat alles wat hier op het erf vertoeft raakt in ver-VOER-ing als ik in beeld kom. Of het nu pootjes, klauwen, voeten, zwemvliezen of hoeven heeft. Men wil brok, korrel, chips of hooi en wel nu.

Enfin het is, vrees ik, mijn eigen schuld, weekhartig als ik ben.

Wat doe je? vraagt manlief als ik, na terugkomst van een gezellige avond uit, nog vlug voor het slapengaan een baal hooi voor het voerrek deponeer. 'Uitslaaphooi' zeg ik, in de hoop dat we morgenochtend een paar uurtjes respijt krijgen.

Het voeren van de beestenbende heeft zo zijn eigen dagelijks ritme. Ik sta op, zet koffie, haal de krant uit de brievenbus, en maak gelijk even mijn rondje over het erf. Kippen vrij laten, koeien voeren, een vast ritueel.
In de winterdag is het 's ochtends nog stikke donker. Soms als het niet te koud is, liggen de koeien in de wei. Een scherp oog op het keukenraam, wetend dat als het licht aangaat, er binnen een minuut of tien een portie hooi en brok voor het voerrek ligt. Met het lichtknopje, zet ik ook pavlofsgewijs het geluid aan.

De koeienwei ligt aan de voorkant van ons perceel, aan de weg. Aan de overkant van de weg wonen onze buren, ze kijken uit over de koeienwei en de vijver, hun slaap- en badkamer zijn aan de wegkant. We wonen in een buurtschap. Er is altijd tijd voor een gezellig praatje over de heg.

'Goedemorgen!'zegt manlief blijmoedig als altijd. 'Nou' zegt de buurman, 'goed'. 'Wat is er?' 'Die koeien van jullie!' 'ze hielden vannacht niet op met loeien!'
Indachtig het gekrijs dat ons duo kan voortbrengen, is dat zeker geen pretje. Wij slapen zelf aan de andere kant, dus we hadden zelf niks gehoord.

De buurman verteld dat hij 's nachts naar het toilet gegaan was, 'licht aan', en dat vervolgens het koeconcert was begonnen en niet meer stopte. Erg fijn. Tot zover nachtrust. Daar maak je vrienden mee!

Een levensgroot dilemma. Hoe leg je een koe uit, dat ze 's nachts niet mag loeien?
Dan valt het kwartje bij manlief. 'Tja, buurman, Ik vrees dat je voortaan in het donker naar het toilet moet óf een pak veekoek bij de deur moet zetten'.


















woensdag 29 januari 2014

Cursus Boer

'Bennuvandekrant?' De man voor me draait zich om  in zijn stoel. Knoestig, trui, vale spijkerbroek, klompen.
PPO Randwijk. Een TL verlicht lokaal. Stoelen keurig op een rijtje.
'Nee, ik ben kersenteler'. De man kijkt me bevreemd aan.
'We hebben drie hectare' vervolg ik. 'In Nistelrode'. Met drie hectaren kersen ben je in Nederland een aardige speler. Een kleine 1 % marktaandeel. Dat zegt ook iets over de omvang van de kersenteelt in Nederland, maar toch.

Ik voldoe, blond, hooggehakt, mantelpak, duidelijk niet aan het doorsnee beeld. Ik ben de enige onder de vijftig hier. En trouwens ook de enige die zich niet hoeft te scheren. Er zijn sowieso maar weinig vrouwen aanwezig vanmiddag. Als goed student heb ik mijn schrijfblok en pen in de aanslag. Ik vertel hem over onze aanplant. We zijn startend boer. En dus hongerig naar kennis.

Wij kochten ons huis en bij het voorlopig koopcontract zat een brief van de gemeente. Dit object is een agrarisch object en geen woonhuis. Wanneer u hier gaat wonen zullen wij handhavend optreden. Keurig ambtelijk Nederlands voor: dan gooien wij u uit uw huis. Welkom in de gemeente! Dus...

Zo werden we boer. Maar als je van huis uit geen boer bent, althans in elk geval geen kersenteler, zoals wij, moet je je boerenbedrijf vanaf de grond opbouwen. Dat is bepaald geen sinecure. Wij hebben geen landbouwschool gehad. Ik ben van huis uit bestuurskundige. Zoals manlief altijd grapt: dat is vooral handig bij het trekkerrijden! Ik vertel op mijn beurt dan maar dat hij van zijn vrouw heeft leren trekkerrijden. Staat het gelijk weer 1-1.

Er zijn geen boekjes 'hoe word ik boer'. En stap-voor- stap cursussen zijn er ook niet te vinden. Goed er zijn natuurlijk wel kennisdagen en eendagscursussen zoals die waar ik zit met mijn schrijfblok, over het herkennen van plagen. En er zijn teeltadviseurs. Voor de rest is het met name een kwestie van veel vragen, kijken en lezen. En leergeld betalen. Vooral dat.

Want met het planten van een stuk of vijfduizend bomen ben je er niet. Je krijgt te maken met de elementen, en die werken per definitie niet mee. Er is altijd meer werk dan je van te voren verwacht en de praktijk blijkt altijd weerbarstiger dan we van te voren hadden ingeschat. Maar dat kan ook iets te maken hebben met onze wat al te optimistische aard.

Maar soms zinkt de moed je in je laarzen. En als je dan in de snerpende wind, druipend van de regen boven op een hoogwerker staat, in een verwoed gevecht met een onwillig glibberend tie-wrapje denk je maar één ding.



Kettingzaag.

Waarom willen wij in 's hemelsnaam kersenteler worden?
Waarom zijn we zo eigenwijs en willen we het op onze eigen manier doen?

Duurzaam.
Milieubewust.
Onconventioneel.



Een paar honderd boompjes was ook leuk geweest. Het had ook niet gelijk op drie hectare gehoeven. Op twee verschillende locaties. Ach ja, waarom zou je het makkelijk doen, als het ook moeilijk kan? Maar goed de boomgaard staat er, en opgeven is geen werkwoord. Zo we ploeteren voort, met regen en wind als trouwe metgezel

Dan breekt de zon door en  is er afgelopen zomer de eerste oogst.
Glanzende, diepzwarte kersen. Kisten vol. Een druk bezochte kraam.
Dan ben je trots. Dit is dan toch maar gelukt!

We zijn we er nog lang niet. Gelukkig zijn we inmiddels allang niet meer de enige beginnelingen. Verschillende boeren in onze omgeving schakelen om naar kersen. Of planten een boomgaard als neventak.
Gezamenlijk vormen we een studieclub en kijken bij elkaar in de boomgaard. Van honderd bomen tot tien hectare. Elk vanuit een eigen visie. Maar bereid om te leren en kennis te delen.  Na afloop een pilsje, zo is het goed kersen eten.

De rust heerst nu in de boomgaard. Het voorjaar is nog ver weg. Er is nu weinig werk voor de kersenteler. Maar goed, op een boerenerf is altijd wel wat te doen.
































maandag 27 januari 2014

Tuurlijk, breng maar langs, Leuk! Toch?

'Tuurlijk, breng maar langs, leuk !'hoor ik mezelf door de telefoon zeggen. Manlief rolt met zijn ogen en verzucht. 'Mij bellen ze nooit!' Tja hoe zou dat nu komen? Ik ben niet de enige van wie van te voren volstrekt helder is hoe het antwoord zal luiden. Ik kan geen nee zeggen, althans eigenlijk lukt me dat vrij aardig. En in de echt lastige gevallen zeg ik dat ik 'er even over moet nadenken'. Dat is zeg maar een soort uitgesteld nee.

Er is echter een grote uitzondering waar mensen, die me een ook maar klein beetje kennen, geraffineerd gebruik van weten te maken. Dan krijg je zo'n telefoontje van 'hebben jullie misschien nog een plekje voor... vul maar in...een kip..een eend...een konijn. Groter dan dat is het tot op heden gelukkig nog niet geweest, maar goed dat kan misschien nog komen. En voordat ik nu iemand op ideeën breng: dan lukt 'nee zeggen' me trouwens juist wel! Denk ik.

En zo hoor ik mezelf dan weer zeggen: 'Tuurlijk, breng maar langs, leuk!'
Ik grijns verontschuldigend naar manlief, het pleit is weer eens beslecht.

Maar goed we hebben plek zat, qua erf dan. Een soort kippenvrijstaat op het Brabantse platteland. Met bloemborders om ondersteboven te krabben, een hondenbak om voer uit te jatten, mulle zandbaden, diverse stokken veilig om de nacht op door te brengen.  En royale legnesten. Ja die hebben we! Je zou het niet zeggen, de eieren liggen immers overal behalve daar. Maar ze zijn er wel. Die legnesten. Leg dat een hen maar eens uit!

Niet al het pluimvee komt met een telefonische aankondiging zo is inmiddels gebleken. 'Wat zit daar?' Ik wijs naar de uiterste hoek van de wei. Zwart wit. Geen koe, zoveel is wel duidelijk. Maar wat dan wel?
Ofschoon ik natuurlijk  in het geheel niet nieuwsgierig ben, spoeden mijn regenlaarzen en ik ons door het authentiek Hollands weer naar de wei. In de hoek zit een bibberende eend, van het soort 'ik kan niet vliegen'. Dat sluit alvast één herkomst uit.

'Tis een eend!' meld ik manlief. 'Een hele grote'. Volgens google is het een muskuseend. Weten we dat ook weer. Het duurt niet lang voordat deze nieuwste aanwinst uitgebibberd is. De koeienstal blijkt als domicilie verkozen, en elke ochtend wordt er vrolijk een portie koeienbrok naar binnen gesnaveld.

Er bestaat alleen nog wat discussie over de onderlinge hiërarchie bij het diverse pluimvee. De erfwereldvrede heeft duidelijk aan kwaliteit ingeboet met deze nieuwkomer en met regelmaat vliegen de donsveren in de rondte. De knokpartijen met meneer Kalkoen zijn niet van het subtiele soort, het gaat er hard bovenop. De heren doen niet voor elkaar onder qua agressiviteit. Tot bloedens toe. Blauwhelmsgewijs spring ik er dan maar weer tussen en grijp het oorlogzuchtig gevogelte in de respectievelijke lurven. Er is er hier maar één de baas!

Met de een in de vijver en de ander in de ren, voor zo lang als het duurt, keert de rust weder op het vredige Brabantse platteland. Realiteit en pittoresk scharrelbeeld komen weer even met elkaar overeen.
Voor nu dan.

De telefoon gaat. Tuurlijk, breng maar langs, Leuk! Toch?











maandag 20 januari 2014

KABOEM!

Ochtend. Keukentafel. Kopje thee. Kooktijdschriftje.

KABOEM!

Ik schiet omhoog uit mijn stoel, stoot mijn knie aan de tafelpoot. De hond rent geestdriftig blaffend naar de deur. Boven de schuur stijgt een vlucht eenden omhoog. Ik snel naar de vijver. Aan de overkant, over het wandelpad loopt Buurman Het dubbelloopsjachtgeweer losjes over de schouder.

Aha.

Ik hef groetend mijn hand op en knik.
Samen met Nimby keer ik terug naar de keukentafel, mijn kop thee, het tijdschrift. Ik maak een ezelsoor in de bladzijde.

Eendenborst met portsaus.

Het zal er binnenkort wel een keer van komen.





vrijdag 17 januari 2014

Ik heb er genoeg van,ik verkoop ze een trap!


Zucht. Ik had het me nog zo voorgenomen. Niet weer een verhaal over die koeien!
Nou. Dat is dan bij deze niet gelukt.
Het ging ook al een tijd verdacht goed. Meestal zegt er dan iemand 'de koeien zijn er al een tijd niet uit geweest hè?' Dan kan je er de donder op zeggen dat binnenkort weer raak is. Binnenkort blijkt dus vandaag.
Even boodschappen doen.
Supermarkt, Boerenbond, Boerderij de Bosrand. Vaste prik, voer voor ons, voer voor de beestjes.
Welgemoed sjouw, sleep, ik de zak voerwortelen naar de stal. Kijk eens meiden! Meiden? Een gapend gat, geen koe te zien. Het voerrek is met een acute aanval van metaalmoeheid ter ziele gegaan en ons illustere duo heeft klaarblijkelijk de verleiding niet kunnen weerstaan.

ai...probleempje
Betrapt! Wat doen jullie in de boomgaard dames?
Ik ben niet blij. De Maashorst is groot. Hoe lang zijn ze weg? Goed, koeien zijn weinig subtiel, dat is dan wel een voordeel. En de dampende vlaai, op het hagelwitte split verteld me dat ze nooit heel erg ver weg kunnen zijn.

Ik heb geluk, althans een beetje, want naast negen ganzen bevind zich nog een wittig setje tussen de rijen kersenbomen. Betrapt. Wat doen jullie in de boomgaard dames?

Okee. Tja. Hoe krijg ik twee avontuurlijke koeien weer terug in de wei? Ben alleen thuis. Okee, de hond is er natuurlijk ook, en daar zit wat van herder in.Dat is dan ook gelijk alles. Hij is wel enthousiast. Nogal enthousiast. Te, en dan zijn we verder van huis!

Het is de veekoek en ik. Kriekje, Kalfadosje, koekje!? Kom maar meisjes, kom maar!' De gemoedelijke schommel wordt een enthousiaste, gehoornde sprint. Ik loop achterwaarts de wei in: 'kom maar meisjes, kom maar, brave koeien, goed zo. Kom maar bij het vrouwtje. Het heeft bepaalde voordelen om een koe op te voeden als een hond. Al wil het met het zitten nog niet zo lukken. Maar goed, je moet toch iets te wensen hebben. Dames weer in de wei, bijvoorbeeld, nu ja dat ging vrij soepel
Soms ben je zo blij dat 'meisjes koekje'werkt

Ik heb er genoeg van, ik verkoop ze een trap!
Mij rest nog de voerrekuitdaging. Het moet koebestendig dicht. Zelf kan ik niet lassen, althans ik heb het nooit geleerd. Ik rommel wat in de schuren.

Ah Ik heb er genoeg van! Ik verkoop ze een trap! Een pluktrap om precies te zijn. En met wat klem -en wriemel werk, opgesierd wat onmisbaar strotouw, is het gapend gat gesloten. Voor nu dan. En hé: zeg niet dat het niet werkt....Over boerenfatsoen gesproken.;-)

zeg niet dat het niet werkt!;-)

vrijdag 3 januari 2014

Bij de konijnen af

Wij hebben de jacht van onze grond verpacht. Dat betekent dat jagers toestemming hebben om op onze grond te mogen jagen. In ruil hiervoor mogen we de jagers bellen als er sprake is van wildschade. Als bijvoorbeeld Reintje de Vos het kippenhok met een tamelijk fataal bezoekje heeft vereerd of als er een kudde wilde zwijnen door het maisland is gekuierd. Nu hebben we geen mais en zitten hier, voor zover ik weet, ook geen zwijnen, maar het gaat om het idee. Ook houden de jagers een oogje in het zeil in onze buurt. Ze surveilleren vaker dan een politieagent in een achterstandswijk, en hebben meteen in de smiezen als er iets niet in de haak is in ons mooie buitengebied. Daarnaast betalen de jagers de zogenoemde 'jachtpacht' aan de eigenaar van de grond die ze hebben gepacht, een paar euro per hectare, het betalen van de jachtpacht wordt traditioneel opgeluisterd met een (of meer) jonge klare.
Ik heb wel eens gekscherend geroepen. Doe mij de jachtpacht maar geportioneerd in diepvrieszakjes,'is goed' zei de jager, 'als ik iets heb laat ik het wel even weten'.

Het was me al eens opgevallen; de landelijkheid van mijn dagelijks bestaan neemt met rasse schreden toe. 
schoonmaken van de haas
Waar normale mensen stressig de supermarkten onveilig maken, pleegt manlief even een kort belrondje. Een maat van hem had nog wel een haas, hij  moest alleen nog wel even schoongemaakt worden. En zo staan we dan, in een in tl verlichte schuur, aan zijn rechterpoot hangt een verstilde haas. De hond kijkt begerig toe, hopende dat er voor hem iets in het verschiet ligt.

Hazenanatomie voor beginners, het ingewandenpakket verdwijnt in een gereedstaande emmer, het hart is voor de hond. Ik kijk gefascineerd toe hoe, het dier verandert in de technische delen zoals ik die wel eens bij de poelier gezien heb. Waarbij ik van dit beestje precies weet, waar en hoe het geleefd heeft en door wie het is geschoten. Kom daar in de supermarkt maar eens om!
Voorzien van een illustratief verhaal bij het menu, altijd leuk, bereid ik het kerstdiner, hazenbout op toscaanse wijze en de rug op het karkas gebraden met een rodewijn-portsaus. Mijn gasten doen de haas eer aan. Het is een mooie avond.

Ik was mijn grote mond bij het betalen van de jachtpacht al weer vergeten, maar de jager niet. Een klop op de deur. Ze gingen rondom Oud& Nieuw weer op de konijnen, dus als hij iets had zou hij het laten weten.
Daags na nieuwjaar, een klop op de deur. Vier konijnen geschoten, als ik wilde kon ik nu wel even komen. Had ik een zuiveren emmer? 

Zo toog ik op mijn rammelende fiets de buurt op. In de stal, vier konijnen, één hangt er al klaar. De rest ligt in een krat. 'Kijk', zegt de jager,'zo begin je' en hij snijd de pees van de achterpoot door, het bot knakt. Stap voor stap laat hij me zien hoe je een konijn slacht, het verdwijnt in delen in de gereedstaande emmer. Het slachtafval in een papieren voerzak. 

Een nieuw konijn krijgt een plekje aan de balk. De jager reikt me het mes. Ik slik. Hmm...misschien had ik beter oude kleren aan kunnen trekken....Ik pak het mes aan en begin vol goede moed. Her een der een mentaal drempeltje nemend. Ik stroop het konijn, knip ribben door en verwijder met mijn handen het ingewandenpakket. Het voelt koud, glibberig, Een weeïge lucht. Mijn maag draait om. Maar ik laat niks merken. Zo slacht ik drie konijnen. Een volle emmer konijnenvlees.

'Hier' zegt de jager, en hij reikt me de emmer. 'Voor thuis.' En ik krijg uitgebreide instructies over de de verdere verwerking. 'Ik zoek een mooi recept' zeg ik, 'en dan komen jullie eten!'
De jager wijst op de zak slachtafval. 'Die ga ik ingraven voor de vos, dan weet ik dat ie er zit, we moeten niet hebben dat hij weer alle kippen oplaaid' 

We hebben een kort gesprek over de jacht. Ik heb geen moeite met de jacht waar het gaat om voedsel of om schadebestrijding, wel met die voor het zuiver vermaak. 'D'n dieen moeten ze hun jachtakte afnemen', zegt de jager beamend. 'als ik een fazant heb, geef ik wel een seintje'. 'Is goed'zeg ik, en ik hang de emmer konijn aan mijn fietsstuur. Zo fiets ik huiswaarts, een beetje wereldwijzer.