woensdag 29 januari 2014

Cursus Boer

'Bennuvandekrant?' De man voor me draait zich om  in zijn stoel. Knoestig, trui, vale spijkerbroek, klompen.
PPO Randwijk. Een TL verlicht lokaal. Stoelen keurig op een rijtje.
'Nee, ik ben kersenteler'. De man kijkt me bevreemd aan.
'We hebben drie hectare' vervolg ik. 'In Nistelrode'. Met drie hectaren kersen ben je in Nederland een aardige speler. Een kleine 1 % marktaandeel. Dat zegt ook iets over de omvang van de kersenteelt in Nederland, maar toch.

Ik voldoe, blond, hooggehakt, mantelpak, duidelijk niet aan het doorsnee beeld. Ik ben de enige onder de vijftig hier. En trouwens ook de enige die zich niet hoeft te scheren. Er zijn sowieso maar weinig vrouwen aanwezig vanmiddag. Als goed student heb ik mijn schrijfblok en pen in de aanslag. Ik vertel hem over onze aanplant. We zijn startend boer. En dus hongerig naar kennis.

Wij kochten ons huis en bij het voorlopig koopcontract zat een brief van de gemeente. Dit object is een agrarisch object en geen woonhuis. Wanneer u hier gaat wonen zullen wij handhavend optreden. Keurig ambtelijk Nederlands voor: dan gooien wij u uit uw huis. Welkom in de gemeente! Dus...

Zo werden we boer. Maar als je van huis uit geen boer bent, althans in elk geval geen kersenteler, zoals wij, moet je je boerenbedrijf vanaf de grond opbouwen. Dat is bepaald geen sinecure. Wij hebben geen landbouwschool gehad. Ik ben van huis uit bestuurskundige. Zoals manlief altijd grapt: dat is vooral handig bij het trekkerrijden! Ik vertel op mijn beurt dan maar dat hij van zijn vrouw heeft leren trekkerrijden. Staat het gelijk weer 1-1.

Er zijn geen boekjes 'hoe word ik boer'. En stap-voor- stap cursussen zijn er ook niet te vinden. Goed er zijn natuurlijk wel kennisdagen en eendagscursussen zoals die waar ik zit met mijn schrijfblok, over het herkennen van plagen. En er zijn teeltadviseurs. Voor de rest is het met name een kwestie van veel vragen, kijken en lezen. En leergeld betalen. Vooral dat.

Want met het planten van een stuk of vijfduizend bomen ben je er niet. Je krijgt te maken met de elementen, en die werken per definitie niet mee. Er is altijd meer werk dan je van te voren verwacht en de praktijk blijkt altijd weerbarstiger dan we van te voren hadden ingeschat. Maar dat kan ook iets te maken hebben met onze wat al te optimistische aard.

Maar soms zinkt de moed je in je laarzen. En als je dan in de snerpende wind, druipend van de regen boven op een hoogwerker staat, in een verwoed gevecht met een onwillig glibberend tie-wrapje denk je maar één ding.



Kettingzaag.

Waarom willen wij in 's hemelsnaam kersenteler worden?
Waarom zijn we zo eigenwijs en willen we het op onze eigen manier doen?

Duurzaam.
Milieubewust.
Onconventioneel.



Een paar honderd boompjes was ook leuk geweest. Het had ook niet gelijk op drie hectare gehoeven. Op twee verschillende locaties. Ach ja, waarom zou je het makkelijk doen, als het ook moeilijk kan? Maar goed de boomgaard staat er, en opgeven is geen werkwoord. Zo we ploeteren voort, met regen en wind als trouwe metgezel

Dan breekt de zon door en  is er afgelopen zomer de eerste oogst.
Glanzende, diepzwarte kersen. Kisten vol. Een druk bezochte kraam.
Dan ben je trots. Dit is dan toch maar gelukt!

We zijn we er nog lang niet. Gelukkig zijn we inmiddels allang niet meer de enige beginnelingen. Verschillende boeren in onze omgeving schakelen om naar kersen. Of planten een boomgaard als neventak.
Gezamenlijk vormen we een studieclub en kijken bij elkaar in de boomgaard. Van honderd bomen tot tien hectare. Elk vanuit een eigen visie. Maar bereid om te leren en kennis te delen.  Na afloop een pilsje, zo is het goed kersen eten.

De rust heerst nu in de boomgaard. Het voorjaar is nog ver weg. Er is nu weinig werk voor de kersenteler. Maar goed, op een boerenerf is altijd wel wat te doen.
































Geen opmerkingen:

Een reactie posten