maandag 27 januari 2014

Tuurlijk, breng maar langs, Leuk! Toch?

'Tuurlijk, breng maar langs, leuk !'hoor ik mezelf door de telefoon zeggen. Manlief rolt met zijn ogen en verzucht. 'Mij bellen ze nooit!' Tja hoe zou dat nu komen? Ik ben niet de enige van wie van te voren volstrekt helder is hoe het antwoord zal luiden. Ik kan geen nee zeggen, althans eigenlijk lukt me dat vrij aardig. En in de echt lastige gevallen zeg ik dat ik 'er even over moet nadenken'. Dat is zeg maar een soort uitgesteld nee.

Er is echter een grote uitzondering waar mensen, die me een ook maar klein beetje kennen, geraffineerd gebruik van weten te maken. Dan krijg je zo'n telefoontje van 'hebben jullie misschien nog een plekje voor... vul maar in...een kip..een eend...een konijn. Groter dan dat is het tot op heden gelukkig nog niet geweest, maar goed dat kan misschien nog komen. En voordat ik nu iemand op ideeën breng: dan lukt 'nee zeggen' me trouwens juist wel! Denk ik.

En zo hoor ik mezelf dan weer zeggen: 'Tuurlijk, breng maar langs, leuk!'
Ik grijns verontschuldigend naar manlief, het pleit is weer eens beslecht.

Maar goed we hebben plek zat, qua erf dan. Een soort kippenvrijstaat op het Brabantse platteland. Met bloemborders om ondersteboven te krabben, een hondenbak om voer uit te jatten, mulle zandbaden, diverse stokken veilig om de nacht op door te brengen.  En royale legnesten. Ja die hebben we! Je zou het niet zeggen, de eieren liggen immers overal behalve daar. Maar ze zijn er wel. Die legnesten. Leg dat een hen maar eens uit!

Niet al het pluimvee komt met een telefonische aankondiging zo is inmiddels gebleken. 'Wat zit daar?' Ik wijs naar de uiterste hoek van de wei. Zwart wit. Geen koe, zoveel is wel duidelijk. Maar wat dan wel?
Ofschoon ik natuurlijk  in het geheel niet nieuwsgierig ben, spoeden mijn regenlaarzen en ik ons door het authentiek Hollands weer naar de wei. In de hoek zit een bibberende eend, van het soort 'ik kan niet vliegen'. Dat sluit alvast één herkomst uit.

'Tis een eend!' meld ik manlief. 'Een hele grote'. Volgens google is het een muskuseend. Weten we dat ook weer. Het duurt niet lang voordat deze nieuwste aanwinst uitgebibberd is. De koeienstal blijkt als domicilie verkozen, en elke ochtend wordt er vrolijk een portie koeienbrok naar binnen gesnaveld.

Er bestaat alleen nog wat discussie over de onderlinge hiërarchie bij het diverse pluimvee. De erfwereldvrede heeft duidelijk aan kwaliteit ingeboet met deze nieuwkomer en met regelmaat vliegen de donsveren in de rondte. De knokpartijen met meneer Kalkoen zijn niet van het subtiele soort, het gaat er hard bovenop. De heren doen niet voor elkaar onder qua agressiviteit. Tot bloedens toe. Blauwhelmsgewijs spring ik er dan maar weer tussen en grijp het oorlogzuchtig gevogelte in de respectievelijke lurven. Er is er hier maar één de baas!

Met de een in de vijver en de ander in de ren, voor zo lang als het duurt, keert de rust weder op het vredige Brabantse platteland. Realiteit en pittoresk scharrelbeeld komen weer even met elkaar overeen.
Voor nu dan.

De telefoon gaat. Tuurlijk, breng maar langs, Leuk! Toch?











Geen opmerkingen:

Een reactie posten