vrijdag 25 juli 2014

Een kijkje in de kersenkraam: Kersenmeisje of kersenvrouwtje?

Zo'n zes weken per jaar bestaat mijn leven uit kersen, kersen, èn laten we vooral de kersen niet vergeten. Zes weken per jaar sta ik in de kersenkraam. Zeven dagen per week, twaalf uur per dag. Met een kersenjurk, kersen in mijn oren, kersen om mijn hals en een kersenlint om het haar gebonden.

Dan ben je ineens het kersenmeisje, of het kersenvrouwtje, sterk afhankelijk van de gene die aan de kersenkraam staat.

Onze trouwe camper, een tafel, erover een kleed bezaaid met kersen. De oude Berkel weegschaal uit de keuken. Links en rechts wat oude fruitkistjes. En kersen, kratten vol kersen. Zoet, zwart glanzend. Afgewogen in pondsbakjes.

Waren we vorig jaar nog bezorgd of we wel de loop in de kraam zouden krijgen, inmiddels weten we beter. De borden hangen koud langs de weg, of de eerste kersenklanten dienen zich aan.

Er wordt veel gefietst in onze streken. Maar men rijdt ook graag een blokje om voor dit 'eind van de wereld'.

'Ik wist niet dat hier nog zoveel huizen stonden!'

Acht huizen telt ons buurtschap. Een min of meer doodlopende straat in de Maashorst. Motorrijders en wielrenners zien we altijd twee keer. Die houden blijkbaar niet van zandstraten. Er komt hier geen verder geen kip voorbij, of  nou ja, een kip nu juist wel.

Maar in de kersentijd is het een komen en gaan: auto's, fietsers, een gedreven wandelaar.

'Zo gezellig, kopen bij de kersenboer!'

'Ik heb hier vorig jaar ook kersen gekocht' Ik dacht: 'Ik ga weer mooi naar mijn adresje'.

Er zijn er, die komen dagelijks. Een kilootje, soms twee. 'Eén voor onderweg, en één voor thuis'. 'Daar ben ik weer!' 'Ze zijn zo lekker, die kersen!' 'Verslavend!'

'Ja, ja,  grijnst manlief, als de zoveelste auto het erf op draait, 'Kersen? Die komen voor je kersenjurkjes zul je bedoelen!'



























Een kijkje in de kersenkraam: Eierdozen

Bepakt en bezakt komt hij aan de kraam.

 'Ja' zegt hij, 'Ik heb eierdozen voor u.' Vorig jaar had u ook eieren in de kraam, en toen heb ik u beloofd eierdozen voor u te bewaren'.

'Mijn zus heeft ook mee gespaard'.

Hij wijst op de gigantische hoeveelheid eierdozen, die in tassen aan zijn stuur hangen, die vastgebonden zijn op zijn bagagerek.

Ik heb het hart niet om te zeggen, dat ik eigenlijk geen eierdozen nodig heb nu.

Dus ik glimlach en ik zeg: 'wat lief van u, dankuwel!'

'Och' zegt ie, 'nu ben ik mijn portemonnee vergeten, nu moet ik even terug anders kan ik geen kersen halen'.

Ik pak een doosje kersen voor hem in.

'Het is wel goed', zeg ik.