woensdag 16 augustus 2017

Het hele alfabet over mijn aanrecht

Ken je dat? Die kleine oranje doosjes lettervermicelli? Zo'n doosje dat je open maakt als je soep aan het koken bent, en waarvan je het restant het beste gelijk in een potje kunt doen, maar dat je denkt; dat doe ik zo wel even. 
En dat je dat vergeet.
Totdat je je keukenkastje open trekt, en spontaan spijt hebt van dat vergeten.....
Het hele alfabet over mijn aanrecht....
En er zat zelfs nog wat in een doosje, en dat zit nu dus wel in een potje.
Ik heb mijn lesje geleerd, voor nu dan eventjes!

donderdag 10 augustus 2017

Koudenoord

Er is een reden waarom sommige plekken heten zoals ze heten, daar zijn wij zo langzamerhand wel achter gekomen. Optimistisch begonnen we met het telen van kersen op de grond bij onze boerderij. Een mooi product met een lange historie in onze regio. Onze grondsoort, ook wel liefkozend 'klapzand' genoemd, was prima geschikt. Goed doorlatend, het grondwater op een precies goede diepte. Helemaal prima.

Waar we even niet bij nagedacht hadden, was dat de kersen vroeger in hoge bomen groeiden, en tegenwoordig op de niet zo heel erg hoge, lees vier meter, laagstam.
En tja, daar zit hem nu precies de kneep...

De straat voor ons heet Koudenoord. En wij weten inmiddels waarom dat zo is. Het is hier namelijk koud, althans kouder dan elders in de omgeving. In april hebben we nachtvorsten tot en met min acht. Precies als de kersenbomen in volle bloei staan. En bij vorst, bevriezen de bloesems. Een paar graden vorst kan je met kunst en vliegwerk nog wel uit de boomgaard houden, maar met min acht ben je uitgewerkt. Een bevroren bloesem, betekent geen kersen aan de boom.

Vroeger, in de tijd van de hoogstam, was dat niet zo'n heel groot probleem. Het betekende hoogstens dat op de onderste vier meter geen kersen aan de boom hingen, maar als je boom maar vier meter hoog is, kan je de oogst wel vergeten. En vriezen, dat doet het, jaar op jaar. Als dat nou in januari was geweest, dan was het nog iets geweest, maar nee. Nachtvorst in april, en dus lege takken in juni.

En stoken, dat deden we wel, kunst en vliegwerk, met matig resultaat. Het zou misschien wel kunnen lukken hoor, maar dan moeten we de boomgaard compleet inpakken, met folie. En het is de vraag of we dat moeten willen, zo midden in de Maashorst, strak tegen de ecologische hoofdstructuur aan en los van de investeringen die het met zich meebrengt.

We zitten op rare grond. Door ons perceel lopen een aantal bijbreuken van de peelrandbreuk, dat zorgt voor die gekke temperaturen, maar het zorgt er ook voor dat sommige stukken beter zijn dan andere. Zo staat de helft van de boomgaard er armetierig bij, terwijl de andere helft van de bomen goed gedijt. Waar dat in zit? Geen idee. De bomen kregen allemaal de zelfde behandeling, het is de grondslag die het hem doet.

Dus ja, we kunnen dan we fanatiek tegen de natuur in bewegen, en het is dan de vraag of het dan wel wat gaat opleveren , of we kunnen onze knopen tellen en ons steven in een andere richting wenden. We hebben gekozen voor het laatste, en gaan de helft van de boomgaard rooien. En op de grond die zo vrij komt gaan we onder andere gerst telen, voor ons andere avontuur: de whisky.






Daar is ze weer!

Zei ik vierseizoenenslaap? Ach ja, soms loopt het leven een beetje anders dan verwacht.
Ik had me vast voorgenomen weer met regelmaat te schrijven over mijn avonturen op het Brabantse platteland, toen ik ineens een heel ander blogonderwerp in mijn schoot geworpen kreeg.

Ik kreeg borstkanker.
Maar schrijven deed ik wel.

Maar niet over mijn landleven. Eerder over in leven blijven.
Dat blog vind je op www.hetisnietallemaalkommerenkanker.blogspot.com

Nu daalt het spreekwoordelijke stof weer een beetje neer, en keert gelukkig het normale leven weer een beetje terug. En ja, dat betekent ook weer genoeg om over te schrijven.
Over het normale, dat zo af en toe toch een beetje bijzonder is.

Pikkers

Of het nu een braam, een brandnetel, of een distel is. Hier, in Brabant, heet het illustere drietal kernachtig samengevat: pikkers.
En pikkers prikken, of branden en ze groeien nogal vaak op plekken waar ik ze niet wil hebben, namelijk, in mijn tuin. Het zijn ruigte kruiden, vandaar!
En met dat prikken en branden zijn ze nou niet echt mijn beste vrienden. Alhoewel je er een aantal van, de braam en de brandnetel, nog wel nuttig kunt inzetten. Voor de distel heb ik nog geen prettige bestemming gevonden, maar dat kan aan mij liggen, ofschoon ook de koeien ze links laten liggen.
Van het prikkelige drietal is de braam toch wel mijn absolute favoriet. Je kunt er namelijk jam van maken, van de vruchten dan he, niet van de struik zelf. En jam maken vind ik nou eenmaal erg leuk om te doen. En dus kook ik in de nazomer potten vol jam. Die dan vervolgens decoratief op de plank staat te verstoffen. Want tja zoveel jam eten we eigenlijk niet. Maar ach, het is ook altijd leuk om iemand een potje cadeau te doen. En naast jam kan je van het blad ook thee maken, maar dat heb ik nog niet geprobeerd.

Van die brandnetels kan je schijnbaar ook thee maken, en soep, die alleen brandt als je hem te heet serveert. Ach ja ik las ooit ergens dat onkruid alleen onkruid is, omdat het op de verkeerde plek staat. En wij mensen hebben nou eenmaal graag de regie, en daar is de natuur het meestal niet helemaal mee eens. En tja misschien is het dan wel zo verstandig om af en toe eens met met de genade mee te bewegen, en eens te kijken wat je zoal met je onkruid kunt doen.