donderdag 11 januari 2018

Aanloopkat

Muistechnisch kan je op een boerderij niet zonder kat. Niet zonder katten vind ik eigenlijk, maar de meervoudsvorm heb ik er met het thuisfront tot op heden nog niet door gekregen. Maar goed, wat niet is, kan nog komen.

Toch hebben we een tijdje twee katten gehad, dat was een beetje per ongeluk. (en voor een groot deel bij bedoeling, mijn bedoeling wel te verstaan).

Wij hebben een horecabedrijf, landelijk gelegen, hier een kleine tien kilometer vandaan. En daar liep al een tijdje een zwerfkat rond. Zo eentje van het brutale soort. Ze jatte uit de containers, en sprong in de zomermaanden als je niet uitkeek op de bbq-buffetten. Dat ging natuurlijk niet, en dus moest er actie komen. Maar mevrouw liet zich niet vangen, en de dierenambulance hield het op een gegeven moment ook wel voor gezien. 

Handig was het allemaal niet. Toch bleek ze wel te lijmen met een paar lekkere hapjes, de opportunist. En zo kreeg ik haar te pakken. Poes in een kooitje, wat nu?

Ik neem haar wel mee, zei ik. Dan maak ik er wel een erf kat van, dan kan ze slapen in het stro, voer ik haar daar en kan ze mooi in algemene dienst als muizenvangster
De oude dame thuis, kwam alleen nog maar van de bank om haar bakje leeg te eten, en verzette voornamelijk nog een poot als ze zin had om op je schoot te liggen. Het actief muizen was voor haar een beetje over, maar dat mag ook wel, als je vijftien bent.

Een beetje jeugdige assistentie was dus wel welkom, en zo maakte Aanloopkat haar entree op Bus. Tja, had manlief gezegd. Maar die kat komt niet binnen!
Aanloopkat is een mooi jong cypers poesje, met ongeveer de zelfde tekening als de oude dame Ouzo, en niet bijster verlegen.
Het duurde vier weken voordat manlief door had dat er niet één, maar twee katten binnen rondliepen.

We zijn een jaar verder, Ouzo is op een grijze herfstdag vredig ingeslapen en ligt begraven onder de narcissen in de tuin. Aanloopkat blijkt een gezellige schootkat, oorverdovend gespin. Loopt gezellig mee als je de hond uit gaat laten, en zit dan trouwhartig op het bankje te wachten tot Nimby zijn ding gedaan heeft. Als ik thuiskom, komt ze mauwend de bosjes uit gelopen.

Was dit die schuwe zwerver? Wat rest is een wat ongezonde obsessie voor eten. Ik kan niks laten staan of het wordt gejat. Ze zal wel honger hebben gekend. 
Ik moet alleen nog wel eens een andere naam verzinnen, want dat Aanloopkat...
Al luistert ze er inmiddels wel goed naar...

Aanloopkat van dat aanrecht af!

“Plof !!”

Eitje!

Zo af en toe probeer ik het, optimistisch als ik ben. Zo af en toe probeer ik mijn kippen over te halen om hun eieren in een van de legnesten te leggen. Want, wel zo gemakkelijk. Voor mij dan. Wat opzich voldoende argument is.

Ik heb vanalles geprobeerd: lekker vers zaagsel, ze wat later vrij laten. Maar het mag allemaal niet baten. Het is bij ons alle dagen Pasen: eieren die raap je niet, die zoek je. En tref je dus soms op de gekste plekken aan. Onder de openhaard bij het terras, zal wel lekker warm zijn geweest. Naast de achterdeur, dat was dan wel weer handig. In een bloempot, ja het was een erg klein krieltje. Soms vind ik een oud nest in het struikgewas, maar ik vind met stip de meeste eieren in en op de stapel strobalen in de schuur. En tja, daar kan ik me dan ook best wel wat bij voorstellen.
Een aloude tip is het stenen, of liever gezegd gipsen ei. Een nep ei dat je in het legnest legt om de kippen op het lumineuze idee te brengen om er een eitje bij te leggen. En dat werkte best wel trouwens, er werden eitjes gelegd, en ik kon ze zonder zoeken rapen, best leuk zo voor een keer. Dat vonden de eksters nou ook, zo’n zelfbedieningsrestaurant. En zo trof ik al snel alleen mijn eigen nep ei aan.
De dag erna was het legnest helemaal leeg, het nep ei in geen velden of wegen te bekennen.
Één ekster had wel heel erg zwaar getafeld....

zondag 7 januari 2018

De pleegvader

Hij klinkt als een niet goed afgesteld luchtalarm, meneer Parelhoen. Een prachtig beest, elegant gestipt, maar uitermate ongeschikt voor een woonwijk. Of juist heel geschikt, als je een langlopende vete met je buren wilt ontketenen. Het is maar hoe je het bekijkt.
Hier in het buitengebied kan hij echter niet zoveel kwaad. Helaas is hij al een tijdje weduwnaar, zijn hennetje koos een, vostechnisch, wat onhandige locatie om te broeden. En sindsdien schuimt hij samen met meneer Kalkoen, wiens hen het zelfde lot trof, ons erf af.

Het zijn felle jongens, en je kunt maar beter geen haan, of blinkend zwarte auto zijn. Maar voor de rest scharrelen ze vredelievend rond. De stadse pakjesbezorger af en toe wat schrik aanjagend.

En ineens had ik kuikens in november. Een broeds krielhennetje had een nest gebouwd in de klimop en kwam op een vorstige november ochtend blijmoedig de bosjes uitwandelen, een trits donzige bolletjes piepend in haar kielzog. Denk overigens maar niet dat een van de aanwezige hanen zijn vaderlijke verantwoordelijkheid op zich nam.

Nee, er was zowaar een kleine verrassing: Meneer Parelhoen ontpopt zich als een toegewijde pleegvader. Geen seconde wijkt hij van de zijde van het jonge grut. Waakt, draagt hapjes aan, is in zijn element; de winterse kuikens groeien voorspoedig op, en waag het niet om in de buurt te komen, als je tenminste geen voer meebreng.