zondag 4 maart 2018

Lopend buffet

Een hoop misbaar en gekrijs op ons erf, een schoolplein tijdens de pauze is er niks bij. Genoeg herrie in elk geval om een jas aan te schieten, in mijn laarzen te springen en naar buiten te stormen.

Een havik.
Een hele grote havik.
Een hele grote hongerige havik
Een hele grote hongerige havik boven op een van mijn kippen.

Wel g@#€&!
Die is keikapot.
Maar dit gaat niet gebeuren!

Met een trage vleugelslag kiest de havik de aftocht en gaat doodgemoedereerd op een bloembak zitten wachten. Zo van, als jij nou even weg wil gaan, dan kan ik tenminste rustig verder eten.

Het onfortuinlijke kipje zit in een vreemde hoek in het gaas geweven. Bebloed en verstijfd van schrik, maar springlevend. Ik poets haar schoon en zet haar even een nachtje in de ziekenboeg, in casu een kattenreismandje. Een bebloed kipje bij andere kippen laten, is vragen om problemen. De volgende dag zit ze er monter bij, en scharrelt weer vrolijk op het erf rond, ze is met recht een geluksvogel.

Die pechvogel van een havik had minder geluk, die moet zijn lunch nu ergens anders zien te scoren. Wat nog geen sinecure is op zo’n winterdag. En dan snap ik best dat zo’n erf als het onze een letterlijk een lopend buffet is voor deze grote rover. Toch zie ik ze liever hoog in de lucht, zwevend op de termiek, dan uitbuikend op de rand van een bloembak na een kippig diner op ons terras.