woensdag 3 juni 2020

Een kuiken in de keuken

Zo zaterdagochtend, een rondje door de tuin. Kop koffie, zonnetje. Gepiep. Gepiep op een rare plek. Is er een kuikentje verstrikt geraakt? Ik zie niks, niet buiten de ren, niet in het hok. Maar ik blijf het horen. Een paar dagen geleden is er een kloek met kuikens te voorschijn gekomen. Maar moeder en haar kroost zijn in geen velden of wegen te bekennen. Maar ik hoor wel gepiep. Zeer luidruchtig, niet te missen gepiep. Ik kijk naar beneden en daar, aan mijn voeten tussen de eierschalen, ligt een nat kuiken. Vers uit het ei. Luidruchtig, maar kwetsbaar. Door de warmte een uitgekomen nakomertje.Tja wat doe je dan. En zo zat ik daar, met dat kuiken in mijn hand, in mijn digitale Chinese les, want tja, dat begon ook precies op dat moment.


Vanaf dat moment hadden we dus een kuiken in de keuken. Warme kruik, oude handdoek, beetje water, wat kruimels. En een boel aandacht. Van de katten. Van de hond. Al is dat niet de meest heilzame aandacht voor een klein pluizig krielkipkuikentje. Dat vergt dus enige waakzaamheid.

Pluisje laat goed van zich horen. Feitelijk is ie alleen maar stil als je of haar/hem oppakt, of wanneer het donker in huis is. Maar ja, de hele tijd met zo'n kuiken rondlopen is ook zo wat. Al is zo'n zich in je hand opkrullend donsballetje wel het toppunt van schattig.
Maar ja een kuiken hoort nu eenmaal niet in de keuken. En nee ik ga het nu niet over piepkuikens hebben. Een kuiken is het best op zijn plek, onder moeders vleugels. Maar ja, dan moet ie wel kunnen meekomen.
Vanochtend dacht ik, nu kan het wel, en bij mijn tweede poging werd Pluisje geaccepteerd door de kloek. Zes donsballetjes lopen er nu. Drie bruin, drie geel.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten